Pagina's

zaterdag 12 maart 2016

De juttersdochters

Mijn werk heeft veel voordelen. Een ervan is dat ik op vakantie naar Texel kan gaan, zonder vrij te hoeven nemen. (Het nadeel is wel dat je collega's niet zo werkbevorderend zijn, soms zelfs ronduit lastig als ze door belangrijke telefoontjes gaan schreeuwen, maar ach. Beetje handig in slaaptijden plannen en je hebt zo een werkdag bij elkaar.) Een ander is dat ik mezelf op cursusweekend naar Vlieland kan sturen om daar een beetje de waddenlucht te fotograferen. Alsof ik nog niet genoeg Texelse lucht had gezien de week ervoor. Alvast een groot excuus, er staat jullie nog heel wat waddengeweld te wachten. Later meer daarover. Maar het grootste voordeel van mijn werk is dit: ik mag me elke keer in de fijnste, mooiste, leukste onderwerpen verdiepen. Waarover ik dan aan mijn zeer gewaardeerde 'collega's' aka kinderen vertel. 



Zo ben ik momenteel ontdekkingstochten aan het schrijven voor een prachtig dierenpark dat nog geopend moet worden. Een onderwerp dat daarin aan bod komt, is de vervuiling van de natuur en de zee. Ik vertelde de freules dat er bergen plastic ronddrijven en dat dieren daar dood van gaan of ziek van worden. Tja, je moet die tere zieltjes af en toe een beetje realisme bijbrengen toch? Gewoon zeggen dat al die lieve zeehondjes in Ecomare stikken in visnetten. Nou, dat heb ik geweten. We kunnen nu niet meer naar buiten zonder terug te komen met zakken en zakken vol papiertjes, plastic, dopjes, smerige ondefinieerbare rotzooi en touwtjes. Want! We moeten het opruimen. Voor de dieren. En het milieu. Wat is daar nou tegenin te brengen?


Waar ik al zeer bewust was van de eksterogen van de oudste freule, kwamen nu de juttersogen van de kleine freule aan het licht. Die zag werkelijk elk stukje plastic en elke verwaaide duinpan liggen. Dat is eerst heel lief. En ontroerend. Maar dan weet je nog niet wat juttersdochters met hun buit doen. Die duwen ze namelijk snauwend in hun moeders armen. 'Voor de dieren.' Dus. Sta je dan met een druipende spuitbus, een stinkende plastic fles en meters en meters touw.




Maar goed, voor de natuur doe je alles, dus zo zwoegden we met alle troep door het zand. Dat duurt lang hoor, als elk touwtje opgeraapt moet worden, terwijl je je armen vol hebt. En je dus elke keer de stapel neer moet leggen, de boel moet herschikken om alles weer vast te kunnen houden en dan weer een meter kunt lopen. Kortom, ik was blij toen we weer op de parkeerplaats aankwamen, bij de vuilcontainers. Ho. Had ik daar even een denkfout gemaakt. Waar ik armen vol troep had gezien die we aan het opruimen waren, had de grote freule armen vol schatten gezien, die ze gratis en voor niks mee naar huis mocht nemen. 'Dan kan ik alles mooi neerleggen op de vensterbank.' Goed...
(Pssst, wanneer zouden jullie het een goed moment vinden om het tasje met stinkende resten vissersnet stiekem in de vuilnisbak te deponeren?)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen