Pagina's

dinsdag 27 oktober 2015

Kleine avonturen


Afgelopen week was ik vaak gelukkig. Ik dronk koffie buiten zonder jas. Ik zag de zon in de zee zakken op een zeldzaam mooie manier. Ik assisteerde de tandenfee bij het ritueel onthalen van de eerste melktand van de grote freule die er (midden in een donkere tunnel in de auto op weg naar vakantie. Tja, sommige momenten heb je niet voor het uitkiezen.) uitviel. Ik wandelde. Ik zat in een duinpan. Ik at lekkere dingen die ik eigenlijk helemaal niet mag maar te lekker waren om niet te eten. (Ik noem en reuzenbokkenpoot. Ik noem twee reuzenbokkenpoten. Vers van de bakker. Je zou voor minder helemaal naar Zeeland rijden.) Kortom; ik had een zalige herfstvakantie. 




Vaak vroeg ik me af wat geluk nou eigenlijk is. Ik weet het antwoord niet. Maar ik weet wel dat elke keer dat ik dacht 'Sjongejonge wat ben ik toch gelukkig, het is toch niet te geleuven...' dat ik heel erg besefte dat ik zo'n geluk had. Dat het heus niet vanzelfsprekend is dat de zon schijnt, de herfstkleuren van het bos spatten en dat ik een hele week de tijd had om naar die drie enorm leuke kinderen van mij te kijken. Dat is geluk. 





Waar ik ook gelukkig van word, is hele kleine avonturen beleven. We proberen van elke wandeling een ontdekkingstocht te maken. Dat begint natuurlijk met kabouterhuizen zoeken. Of trollenhollen. Dat klinkt allemaal heel leuk en gezellig enzo, maar het is bittere noodzaak. Die ellendige freules houden namelijk helemaal niet van wandelen en zijn niet vooruit te branden. Tenzij je ze een sprookjesverhaal verkoopt, dat is het enige waar ze warm voor lopen. Dus: een grot! Kijk! Maar toen bleek de ingang van die grot iets heel anders te zijn. Een donkere tunnel van een bunker. Ik kroop erin met de dames. In plaats van het viezige hol dat ik verwachtte, kwamen we in een ingewikkeld gangenstelsel terecht dat maar eindeloos door bleef gaan. Ik kon gilletjes van plezier nog maar net onderdrukken. Een ondergronds bouwwerk! Onontdekt! Onder een enorme duin! Man, wat hou ik van dat soort verrassingen! 








En tegelijkertijd kon ik ook maar niet bevatten dat er een tijd geweest is dat wij hier in Nederland bunkers in de duinen moesten bouwen. Voor wat? Waarom? Wat is er gebeurd? En dat gedeelte van het verhaal wil ik dan weer helemaal niet weten. En hoe leg je zoiets uit aan twee kleine meisjes? Nu hadden we gewoon een verlaten, verborgen kasteel ontdekt, niet een oorlogsrestant. Noem me maar naïef.


En voordat iedereen denkt, gatver, heb je dat mens weer met al haar gelukzaligheid... ik was heus niet alleen maar gelukkig. Ook mokkig, onredelijk, kortaf, moe, boos, zonder zin in wat dan ook. Omdat de rest van het zooitje waarmee ik bivakkeerde dat ook regelmatig is. (Omdat ze na de ontdekking van dat ondergrondse kasteel ook weer naar huis moesten lopen. Helemaal zelf. Tis ook werkelijk godgeklaagd...) Gelukkig maar hè? Dat zoetsappige geluk maar ook altijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen