Pagina's

maandag 14 november 2016

Oh die goede oude Sint!

Jongens heb je het al vernomen? Tralalalie, tiralalala,
Sinterklaas is aangekomen, Tralalalie, tiralalala,
Laat ons zingen hand in hand,
Sinterklaas is weer in't land,
Tralalalie, tiralalala Tralalalie, tiralalala...

Ik weet zeker dat u allen dit zingend hebt gelezen. Zéker.
En beter kan ik het niet zeggen: Laat ons zingen hand in hand, Sinterklaas is weer in't land!
Want ook al worden gekken de baas aan de overkant van de oceaan, ook al ruziën grote mensen op grond van misverstanden, woede en argwaan over zaken als de kleur van een magisch figuur, Sinterklaas is weer in het land. En dat vieren we hand in hand. Wat je ook vindt.
Na een prachtavond op vrijdag waarop we een andere Sint eerden met lichtjes, lampionnen en mooie liedjes, moesten we zaterdag alweer omschakelen naar de échte Sint, zoals de freules het voor zichzelf uitlegden. Die Sint die niet dood is. Oh man, de vreugde toen de doos vol verkleedkleren en mooie spulletjes naar beneden kwam, was groot. De grote freule bouwde een enorm pieterparcours in de woonkamer, de kleine freule  trok de kachel open om daar handen vol as te pakken voor wat roet. (...) En het kleinste Pietje in huis bleek alles van vorig jaar nog te weten.

We keken ademloos het Sinterklaasjournaal en ik slikte wat bezwaren en mitsen en maren door, toen ik zag hoe de kinderen keken. Die zagen een piet die niet door de schoorsteen durfde, dus wit was met een ring, een piet die niet zo vaak door de schoorsteen ging en huispiet. Klaar. Niks meer aan doen. Prachtig, heerlijk, helemaal goed. Op een ander moment ga ik u uitleggen dat het waanzinnige idee van een pietenpretpark, het gebruik van het woord schmink en krankzinnig gekleurde pieten te zot voor woorden zijn. En dat de scriptschrijver van het journaal niet zo debiel moet doen door er 'voor ieder wat wils' in te willen stoppen. Maar goed. Eerst de intocht.
Daar hadden we namelijk onnoemelijk veel zin in. Onnoemelijk. Ondragelijk bijna. Savine haalde een verrekijker van zolder, om er zeker van te zijn dat zij Sint als eerste zou zien. Ze knalde bijna uit elkaar van ongeduld. Dat doet ze vaker. Maar ach, dat arme kind. Alles zal en moet ze in zich opnemen. En terwijl ik zo naar de wachtende menigte keek, merkte ik dat ik alerter was dan ik ooit in mijn leven ben geweest. Dat vond ik stom. Heel erg stom. Ik heb vertrouwen in mensen, dacht ik. Maar ik vroeg me ernstig af wat die twee donkere pubers met een plat Utrechts meisje nou toch deden bij de intocht, op hun plekkie helemaal vooraan bij het hek. Het bleek genieten te zijn. Ze lachten vertederd naar mijn kinderen en mij, deinden wat mee, op een manier waarop coole pubers dat doen. Ze stonden daar om de intocht te kijken. Wat had ik dan gedacht?

Vervolgens kwam een man met zwaar buitenlands accent naast mij staan. Heel dichtbij. Zo dichtbij dat ik het niet zo fijn meer vond. Maar dat deed hij omdat hij dan Sinterklaas kon zien. En mij, bijna een zoen gevend, in mijn oor kon roepen: 'Vandaag is een feestelijke dag!'




En zo is het. Een feest. Met de komst van Sinterklaas is een klein beetje van mijn geloof in de mensheid teruggekomen en vallen elke dag hopelijk meer vooroordelen, argwaan en irreële angsten van mij, van ons af. Laten we dat vieren! Zoals ik hoorde van iemand die de goede oude man erg goed kent,  dat het geweldig is om zoveel verbondenheid en vrolijkheid bij kinderen en volwassenen te zien. En om te voelen. Want ik stond natuurlijk als vanouds te grienen terwijl ik als een waanzinnige naar een boot vol pieten zwaaide. En zo hoort het.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen