Pagina's

donderdag 19 februari 2015

Weg met rommel, knutsel met afval


Soms ben ik ergens weken, zo niet maanden mee bezig voor mijn werk. Vergaderen, ideeën verzinnen, interviews en fotografen regelen, teksten schrijven en knutselpagina's maken. En dan lever ik de hele bubs in bij een opmaker. Er gaan nog wat belletjes en correcties over en weer en dat is dat. Klaar. Af. Zo gaat het in mijn hoofd. Ik hoef niks meer te doen. Maar eigenlijk begint het dan pas voor de rest: een krant/ magazine/ artikel verschijnt en kan door iedereen gelezen worden. Op dat moment hoor ik van de daken te schreeuwen: Kijk! Heb ik gemaakt! Maar dat vergeet ik dus meestal. Omdat ik dan al lang weer met iets anders bezig ben. En omdat het vaak al weken geleden is dat ik aan het project werkte. Stom en zonde! 

Dus daarom, in het kader 'beter laat dan nooit': ik presenteer u: De recyclekrant. Al een maand geleden kregen alle Kidsweek abonnee's hem thuis. Een krant boordevol informatie over recyclen (waarom, hoe dan en hoe werkt dat?) tips, weetjes, testjes, puzzels, proefjes, spreekbeurttips, interviews, een kijkje in de papierfabriek en een knutselpagina. Apetrots ben ik er op, een krant die ik verzon, redigeerde en vol schreef samen met Liesbeth Vijfvinkel in samenwerking met Kidsweek en een heleboel recyclebedrijven. Omdat het altijd leuk is om iets te knutselen, al helemaal met afval zeg ik: allemaal een pennenbak maken. Ruimt ook lekker op. Wie wil dat nou niet in tijden van de voorjaarsschoonmaak?  







Nou ja, en al dit soort foto's met tekst bij elkaar zien er dan zo uit: 



Verder durf ik dus nooit meer oud papier in mijn vuilnisbak te gooien. Of een spaarlamp in de glasbak. Ik overweeg om een tweede vuilnisbak te kopen om plastic in te zamelen. Zo gaat dat als je ineens alles van recyclen weet. 

woensdag 18 februari 2015

Ontsnapping- portretjes #4



Ik geloof dat ik net ben ontsnapt. Ontsnapt uit mijn eigen opgejaagde web van opgelegde regeltjes, voornemens, doe-lijsten, klusjes, verwachtingen, werk, administratie, teleurstellingen en valse beloftes aan mezelf. Het kostte precies twee uur en een kwartier om mezelf te bevrijden. Niet gek, want als een ware Houdini had ik mezelf al weken in dat web verstrikt laten raken. Elke minuut, nee elke seconde moest ik nuttig besteden. Ik had zoveel te doen, er moest veel gebeuren en alleen ik kon het doen. In een tredmolentje rende ik rond en zo kwam ik nergens. Tot dus twee uur en een kwartier geleden. Toen ging ik in de zon op mijn dakterras zitten, vergezeld door twee magazines en een lunch. 


Tien minuten pauze gaf ik mezelf. Maar toen voelde ik de warmte van de zon en dacht: 'Wat gebeurt er als ik blijf zitten?' Eerst: niks. Toen: een schuldgevoel. Daarna: gehaastheid. Ja, terwijl ik dus in de zon niks zat te doen. En toen dacht ik: al dat gehaast zit in mijn hoofd, al die klusjes moeten wel. Maar niet NU, niet HIER en al helemaal niet ALLEMAAL TEGELIJK. Ik bleef zitten en de gehaastheid ging over in een ontevreden gemurmel. En verdween uiteindelijk om plaats te maken voor de gelukzalige gevoelens die lentekriebels heten. Dus allemaal: Weg met de winterwebben! En spijbel! 




Elk jaar leer ik ditzelfde lesje weer: ik kan niet tegen weinig lucht, licht en buiten zijn. Daarom deden we dit weekend ook al een snelle wandeling. Even adempauze. De kleine freule was voor het eerst in haar uppie uit logeren. Een weekendje Amsterdam. Dat was voor iedereen geweldig. Zij had de tijd van haar leven en grote zus kon alle tijd weer eens voor zichzelf opeisen. Met haar lange stelten wurmde ze zich in de draagzak bij haar vader en wilde net als haar kleine broertje rondgedragen worden. Lief. Zo groot en stiekem toch zo klein. Heel lang had ze het geduld ook niet, want op iemands rug valt niet veel te ontdekken. 





Want liever nog dan knuffelen, plukt ze bloemen, zoekt ze kabouterholletjes en spuugt ze van oude bruggen in het water. Ik kon haar eindelijk te pakken krijgen voor de camera, zoals ze is. Eigenwijs, vol ernst, verwondering en vol eigen plannen. Plus in de outfit die ze nooit meer uit wil doen. Opdat we later met weemoedige glimlach terugdenken: weet je nog? Van die roze/geel geruite rok, dat kleine gele t-shirt met konijn, die vale lila maillots en de te kleine roze gympen die je altijd maar aan wilde omdat je net je veters kon strikken? Wat was je toch schattig.

Was het leven altijd maar zo simpel dat het enige echte strijdpunt in je hoofd je kledingkeuze betreft...










zaterdag 14 februari 2015

Keer het om- Voor Kleine Sam

Tot de grote freule haar Vrije School betrad, had ik nog nooit van Maria Lichtmis gehoord. Sterker nog, tot twee weken geleden had ik er nog nooit van gehoord. Toen bleek er ineens een feestje op school gevierd te worden. Vond ik wel een mooi plan, wat gezelligheid zo midden in de donkere depressieve winter. Savine kon me er niet veel meer over vertellen dan dat de juf een kaars van ijs had gemaakt en dat er koekjes waren. Feest geslaagd. Natuurlijk zat er meer achter. Volgens mij betekent de feestdag het zoiets als dat het tijd is om het innerlijk licht weer naar buiten te laten, nu de dagen alweer langer worden. Een omkering eigenlijk en daarom worden er vaak pannenkoeken op die dag gegeten: die moet je ook omkeren. Waarom Savine koekjes kreeg en wat Maria er mee te maken heeft, weet ik (nog) niet. Maar ik vond het een goed idee om een aloude familierecept uit het vet te halen dat je ook om moet keren. En daar schreef ik dan weer een stukkie over voor Kleine Sam. 



Deze maanden zit geluk in kleine dingen. Het licht is grauw, de dagen te kort, de regen koud. Ja, mijn stemming is wat winterbleu om het zo te zeggen. Dat kleine Otto om de haverklap ziek is, helpt natuurlijk ook niet. En moeders die veelste weinig slapen, moeten dus goed zoeken voor die kleine gelukjes.

Regelmatig vind ik mezelf de laatste weken terug in een soort vegetatieve toestand. Starend tussen de wasmanden en de omgekieperde duplodozen, terwijl ik manisch het Frozen liedje ‘Laat het gaaaaan, laat het looooooos,’ murmel. Klinkt rijp voor opname, maar de ratelende machine die gezin-met-drie-kinderen heet is de afgelopen maand even vastgelopen. Kinderen die ziek zijn, doen niet aan machinerie namelijk. Zo belandden we een maand geleden ineens in het ziekenhuis met een uitgedroogd super zielig hoopje baby. Na drie nachten aan de sonde deed hij het gelukkig weer. Maar een week later kwam er een nieuw virusje om de hoek kijken die naast de inmiddels vertrouwde K3 (Koorts-Kots-dunneKak) liters snot met zich meebracht. Op het nippertje redde hij zichzelf er dit keer uit. Maar liefst vijf hele dagen kon ik hem volproppen zodat hij weer een beetje op zichzelf ging lijken.  En toen: Baf! Weer koorts, weer spugen, weer terug bij af. Nou ja. Nu wacht ik gewoon op de lente.

Lees verder ---->

woensdag 11 februari 2015

De thuisblijfmoeder- Portretten #3








Savine: 'Mamma, ik wil later een thuisblijfmoeder worden. Ik ga ook werken hoor, maar niet op een kantoor. En ik wil denk ik wel twintig, of wel honderd kinderen. Ja hoor, daar kan ik best voor zorgen. Dan ga ik gewoon met heel veel mensen trouwen die me dan kunnen helpen. Ik wil met *noemt eindeloze reeks met namen van vrienden en vriendinnen* trouwen. En met pappa. En met de mamma van Joa, anders moet Joa later zo huilen dat hij zijn moeder mist.'

Ze staat niet op de foto de grote freule. Nog in geen enkele portrettenreeks. Dat komt zo. Ze heeft een eigen leven, met speelafspraken, schooldagen, BSO en middagjes oma. Daar moet ik nog wat aan wennen. Ik zie haar zo weinig en ze wil zoveel op haar eigen manier. Ik heb niks meer te zeggen. Niet over haar kledingkeuze, haar haardracht, een knutselwerkje, een boek om voor te lezen, zelfs niet over waar ze slaapt. Dat is namelijk al weken niet meer in haar bed. Ze heeft zichzelf verhuisd naar het bankje in haar kamer. Ligt voortreffelijk blijkbaar. 

Zij weet als geen ander hoe ze het later allemaal aan gaat pakken. Gelukkig wil ze nog wel gewoon met haar vader trouwen. En was ik vanavond de liefste moeder van de wereld. Maar dat kwam denk ik vooral omdat ik niet boos werd toen ze om 21.00 uur voor de dertigste keer haar bed uit kwam en op mijn schoot kroop terwijl ik staarde naar mijn computer. 

Daarom geniet ik maar extra van de twee die wel lekker veel thuis zijn. Al betekent het soms bijzonder weinig beweegruimte (lees de woonkamer en de keuken, de wasmachine en heel soms de wc. Ergens anders geraak ik niet. Een echt uitje? De supermarkt aan het eind van de straat.) ik zie nog alles wat ze doen, denken en leren. Om uren naar te kijken. En te luisteren. Want ook de kleine freule babbelt er gelukkig orakelend op los. Zoals toen ik vanavond van de sportschool terug kwam: 'Mamma, je hebt lippen-los op je wangen! Ze zijn helemaal roze...'


vrijdag 6 februari 2015

Het is van hout



















Vandaag mag het even. Zwijmelen alsof ik een verliefde puber ben. Precies vijf jaar geleden propte ik mijn zeven maanden zwangere buik in een immense trouwjurk om die Timmerman van mij eens even met een ring en een ja-woord voor eeuwig aan me te binden. We vonden het geinig, leuk, en liefdevol om zo'n verkleedfeest te geven. Een wit kasteel, een witte jurk, een bloemenzee en iedereen hoedjes op. Zo hadden we het bedacht. Maar wie wist dat behalve wij, zo ontzettend veel mensen gelukkig zouden worden van het feit dat wij met elkaar gingen trouwen? We werden urenlang overstelpt met lieve woorden, wensen, knuffels verrassingen en heel veel liefde... Ik zweefde, wij zweefden. Van geluk.

Dus vanavond denk ik terug aan...
... die allermooiste bos bloemen die ik ooit van mijn liefje kreeg
... de sterkste man van het bos die me voor het altaar nog kwam opeisen
... en de prinsessen die hem uiteindelijk mee het bos in lokten 
... onze moeders die zo prachtig spraken tijdens de ceremonie
... de bloemen, de hartjes, de slingers, de ballonnen, alles, overal!
... de prachtige muziek die onze lieve vrienden voor ons speelden
... het lieve prentenboek over ons dat mijn getuigen hadden gemaakt!
... die taartentafel. De taarten. Gewoon AL DIE TAARTEN die iedereen voor ons bakte. Ik wil ze nu!
... de brandende vuurtjes
... de lieve woorden van iedereen die Brol de trol gebundeld aan ons gaf
... het vuurwerk
... het verdwalen met ons tweetjes omdat de tomtom in een andere auto zat en wij van gelukzaligheid niet meer konden nadenken of sturen
... het overheerlijke diner met zoveel mooie speeches en ook nog een indrukwekkende trouwkrant
... de hotelkamer waar de cheesy hartjes die de dag overheersten, die kamer helemaal overnamen
... en het moment dat we dachten in diepe slaap te kunnen vallen, maar dat daar toen onze uitzinnige getuigen de kroeg beneden betraden
... en dat we de nacht dus eindigden in badjas met ontploft haar aan de bar. 

... en als laatste, maar eigenlijk als eerste, dat wonderlijke moment dat wij met z'n tweetjes in de auto zaten te wachten om de laatste honderd meter te rijden naar de oranjerie en daar een discussie voerden over de soort kus die we na het ja-woord zouden gaan geven. Lang? Kort en vaak? Nou ja, je snapt het. Ingewikkelde materie. Er stopte een auto, een aftandse eend, waar een harige hond zijn kop uit het achterraam stak en een baardige man en een lappenvrouw ons stralend van achter het stuur aanspraken. Of we er klaar voor waren? Waarop wij zeiden dat we ons vooral druk maakten over de kus. 'Met die kus komt het wel goed,' zei de man. 'De kunst is om het daarna leuk te maken en te houden.' Lachend reden ze weg, ons achterlatend met een tintelend gevoel dat we net in een soort ingewikkeld spiegelbeeld van de toekomst hadden gekeken. Want eigenlijk waren zij veel meer wij, dan het bruidje en de bruidegom die zo opgedirkt in een cabrio zaten.

En nu is het dan vijf jaar later. Wat hebben we hard geleefd. Drie kinderen op de wereld gezet, twee keer ons huis verbouwd, twee eigen bedrijven gestart, een vaste baan aangenomen. Ons huwelijk viert vandaag zijn verjaardag,  het is van hout geworden. Klopt. We zijn robuust en we timmeren er graag op. Proost! 

De prachtige foto's werden gemaakt door  fotografe Annie Hoogendoorn.

vrijdag 30 januari 2015

Aapjes kijken








We hebben vandaag sneeuwpoppen gebouwd, een driekoningenspel gezien,veel ondergekotste kleren en beddengoed gewassen, minimale beetjes ORS met melk bij ons mannetje naar binnen gedruppeld en ons wederom heel veel zorgen gemaakt. Maar dat zie je hier niet. 

Soms heb je dat zo he, dat de stemming ineens omslaat. Denk je net weer lekker bezig te zijn, beetje door de dierentuin wandelen en zo, kantelt de wereld 180 graden. Kun je weer opnieuw je evenwicht zoeken. Otto is dus weer ziek. Op het randje van uitdroging. Haaaaat aan crèchevirussen heb ik. Eén dag ging hij er weer heen. Nou ja, daar had ik dus echt wat aan...

Zouden de apen die we vorige week in de dierentuin zagen ook zo zitten te tobben met hun kroost ? (zo, dat was me pas een bruggetje, van ORS naar de dierentuin, haha) Ik denk het dus niet. Al was het maar omdat ze opgesloten en wel zich nergens zorgen over kunnen maken. Eten wordt opgediend, vertier wordt naar binnen gegooid, kinderen worden constant in de gaten gehouden door mede apen en een medische staf. Ik zou niet met ze willen ruilen, maar phoei, af en toe wil ik ook dat ik in een soort kolonie of groep of wat dan ook wonen. Gewoon, dat je altijd iemand hebt die met je mee denkt, even op kan passen, een oude wijze op zolder die altijd vol goede raad zit. Maar goed. Een commune is dan ook weer zo wat. Met z'n allen op zaterdagmorgen yoga-en enzo, omstebeurt macrobiotisch koken en altijd meeloerende buurvrouwen over je schouder waar je aardig tegen moet zijn. Brr. Niks voor mij. 

De dierentuin dus. Ik vind het een van de fijnste uitstapjes. Wandelend in het bos, mooie dieren kijken, wat klimmen, wat spelen en wat verbazen. Ik vond het wel indrukwekkend, deze bejaarde aap, die een beetje verdwaasd Ianthe zat aan te staren, en af en toe een korsakoff-achtige stuiptrekking deed. Een oud besje, dat een beetje uit het raam zat te turen. Hij of zij had nog net geen geraniums. Ik hoop maar dat we hem (haar? wat denken jullie?) snel weer kunnen opzoeken. 



dinsdag 27 januari 2015

Portretjes #2




Goed, het voornemen om elke week portretten te maken staat. Ik was er stiekem al even mee bezig. Om elke week alle drie de kinderen te grazen te nemen, lukt me niet. Mijn uitdaging, mijn regels. Ik schiet op wie wil. Otto blijft het langste stil zitten. Nog wel, want zijn wiebelbillen hebben plaatsgemaakt voor wiebelbenen die telkens op staan...

Hier heeft hij nog het pipse ziekenhuissnoetje. Nu, een week later is er niks meer van terug te zien. Al is hij sinds gisteren wéér ziek. Maar aangezien ik daar geen enkele goede grap over kan verzinnen, ga  ik er verder niet over uitweiden en ga ik er voor het gemak ook gewoon maar vanuit dat hij morgen weer opstaat als een blakende baby na een voortreffelijke nacht slaap. Mag een mens af en toe van zoiets goddelijks dromen als ononderbroken nachten hé!

En waarom dit verder maar een kort stukje is? We hebben hier belangrijke dingen te doen. Dat is het wel een wee volgen van de familie Crawley met hun belangwekkende leven op Downtown Abbey. In drie weken hebben we er vier seizoenen doorheen gejaagd. Wat zo neerkomt op 35 afleveringen, dus we hebben nagenoeg een extra werkweek aan ons leven toegevoegd. Ik droom van Matthew, zou willen dat ik zo wuft was als Mary, zo vilein doch eloquent zou kunnen spreken als tante Violet (die je natuurlijk zo absoluut niet mag aanspreken) en vooral ben ik stinkend jaloers op de schare personeel die alles voor mij zou kunnen wassen, poetsen, koken, opruimen, opstoken, en opvoeden. Maar goed. Ik ben gewoon Marrit afkomstig uit Nieuwerkerk aan den IJssel, woonachtig in een rijtjeshuis zonder noemenswaardige buitenruimte. En al had ik een landgoed, nooit zal ik zo soepel in amazonezit op mijn paard over een heg springen als Mary. Maar morgen komt mijn hulp álle verdiepingen stofzuigen. Dat voelt ook heel rijk. 

maandag 26 januari 2015

Stop- en portretjes #1






Soms heb je het zo druk met de gewone dingen, dat je het vergeet wat het is. Je leven. Het bestaat uit de boodschappen, de was, stofzuigen, rekeningen, deadline, vuilnis buiten zetten, koken en de eindeloze to do lijst die zichzelf maar aan blijft vullen. Je knippert met je ogen en er zijn weer weken, of soms zelfs maanden voorbij. Poef. Tijd die niet meer terugkomt. Helemaal weggeploeterd. En je hebt het niet eens door. Want je denkt dat het belangrijk is, een opgeruimd huis, een gevulde koelkast, op tijd komen en betaalde rekeningen. 

Zo ook hier. Tot ik mezelf dit weekend terugvond op een begrafenis. Een intens verdrietige, want mensen mogen niet zo maar, te jong uit hun leven vallen. Maar dat gebeurt wel. Er werden mooie verhalen verteld. Over hoe iemand was, hoe iemand dacht, hoe iemand deed. Over huishouden of enige sleur ging het niet. Natuurlijk niet. Het is een klusje dat je er nou eenmaal bij hoort, geen herinnering. Het deed me beseffen dat je niet moet wachten met dingen die je graag wilt. Niet wachten op de goede baan, goede omstandigheden, goede plek, goede moment. Je moet alles zelf, nu en hier doen. 

Nu ik dit zo heb geschreven, weet ik helemaal niet wat ik er mee moet. Ga ik nu subiet een nieuw huis zoeken, die boerderij die ik altijd al wilde? Koop ik morgen een hond? Reis ik volgende maand met de hele bubs naar Amerika voor die roadtrip die al jaren bovenaan mijn bucketlist staat? Nee dus. Ik ben een te schijterig type voor 'het roer om'.  Wat ik wel ga doen, is kijken. Góed kijken naar wat ik hier en nu heb. Die weken nooit meer wegploeteren. Elke dag en minstens elke week moet het waard zijn om een goed verhaal over te vertellen. Om een mooie foto van te maken. Gelijk een goede smoes om onder dat stofzuigen uit te komen: sorry het is hier smerig, maar ik moest vandaag nog portretten van mijn kinderen maken.... 


Mocht je nu denken, die is gek geworden. Omdat ze in het hier en nu wil leven en foto's van haar kinderen wil maken, stopt ze haar baby in de góotsteen?! Euh, nee. Of, nou ja, ik badderde Otto inderdaad in de wasbak. Maar niet thuis. Dit was nog tijdens onze vakantie op Texel. In het huisje van mijn opa en oma, waar ik zo'n 33 jaar geleden ook in een wasbak werd gepropt door mijn moeder. Omdat zij daar toen ook foto's van maakte en van genoot.  




maandag 19 januari 2015

Spiegel







































Van de week keek in de spiegel.
Toen zag ik het ineens.
Er stond daar een vrouw.
Niet het vertrouwde spiegelhoofd
(Met een immer charmante glimlach
en net iets opgetrokken kaak zonder onderkin )
van het meisje dat ik altijd was.
Ik zag ineens dat niet alleen het spiegelhoofd me voor de gek hield
mijn algemene beeld van mezelf strookte niet meer met de werkelijkheid.
Ik ben helemaal geen meisje meer.
Ik zag een bezorgde vrouw.
Een moeder.

Ja. Er stond een moeder voor de spiegel.
Alleen Marrit ben ik al bijna vijf jaar niet meer.
Ik ben Marrit met drie aanhangsels en een man.
Dat ziet er toch heel anders uit.
Waarom ik het nu pas zag?
Deze week drong het diep tot al mijn vezels door
dat ik niet alleen zorg draag voor dat meisje dat ik was.
Het meisje liet ik achter bij de spiegel in de ziekenhuiskamer
waar ik drie dagen en drie nachten met Otto doorbracht.
Mijn kleine mannetje,
dood en doodziek.
Geveld door twee rottige virussen tegelijk
waardoor hij niks binnenhield en aan alle kanten tegelijk leegliep.

De eerste keer dat hij alles over mij heen braakte,
(lees groene drap van spinazie en alles wat hij de dagen daarvoor had verorberd)
vond ik het een macaber maar lachwekkend dieptepunt in mijn moederschap.
Terwijl ik de kots van me afstroopte stond ik te hikken van het lachen.
Erger dan dit ging het niet worden.
Maar toen deze scene zich maar bleef herhalen
was er niks grappigs meer aan.
Een sonde deden ze hem in zijn neus
en slap onderging hij deze hele ellende in mijn armen.
Onderwijl elk half uur volle luiers en kleren producerend.
(Oke, er kwam nog een erger dieptepunt.
Alleen lezen als je tegen smerige dingen kan...
Terwijl ik Otto uit zijn diarree kleren hielp
begon hij weer stralen melk uit te spugen.
Ik zette het blote mannetje overeind
zodat hij het op de grond kon richten
en mij en de schone kleren zou missen.
Nou ja, toen bleek hij nog niet klaar met poepen te zijn geweest.
De gordijnen van het ziekenhuis moesten er aan geloven.
Het was niet voor het eerst dat ze werden geraakt, vertelde de zuster.
Ik weet niet of ik dat een geruststellend idee vond. )




Na drie lange dagen een heel veel Downton Abbey kijken
begon ik mijn baby weer te herkennen.
Zijn ogen waren niet meer hol en dof
maar begonnen zo nu en dan weer te lachen.
Hij wilde weer op zijn knieën wiebelen en
vond de sonde slang vooral leuk om aan te trekken of om op de kauwen.
Drinken bleef weer binnen
en weg mochten we uit de tijdscapsule waar ik me drie dagen in had gewaand.
Ik ben nog nooit zo dankbaar geweest voor ziekenhuizen
en sondes en ORS.
Mijn mannetje doet het weer
en dat was niet overal op deze wereld vanzelfsprekend geweest.
Een ontluisterend besef
dat van een meisje een vrouw maakte.