Pagina's

dinsdag 19 december 2017

Er waren een hele tijd geleden twee kinderen jarig, hoera ...

Voordat ik kinderen kreeg, had ik me toch een partijtje ideeën over dat hele ouderschap. Mán wat zou ik daar goed in worden. Wat zouden mijn kinderen goed luisteren, gezond eten, graag lezen, altijd beleefd zijn en ook heel erg zichzelf trouwens. We zouden alles in harmonie doen als ware we familie von Trap. Of deden die dingen helemaal niet in harmonie? Hoe dan ook, we zouden ons zingend op een bakfiets gelukkig door het leven bewegen. Ik had me er een potje zin in joh! 
Maar toen kwam kind 1. Dat bleek best lastig zo'n baby in leven houden, en jezelf ook nog. Van al dat stralende geluk en gezang bleef alleen maar een wanhopig kreunend 'slaap babytje slaap' over. Maar goed, met wat doorzettingsvermogen werd die baby iets groter en kon ik eindelijk wat van die groteske planning in werking gaan stellen wat betreft het ouderschap. We zouden alles gaan vieren. Te beginnen met verjaardagen. Die moesten voorzien worden van zelfgemaakte taart, een speciaal verjaardags t-shirt, ook zelfgemaakt en een zelfgemaakt kado. Naast de halve speelgoedwinkel, want dat heeft een kind nodig. Speelgoed. Voor de ontwikkeling ofzo. En anders wel om door de kamer te smijten. Dat is heel goed voor, ehm, de motoriek. En de relatie met de buren. 

Maar ja, lang verhaal kort. Er kwamen ook nog kind 2. En kind 3. In vier jaar tijd. Gewoon, omdat het kon. Nee, omdat het zo ging. Van al die waanzinnige plannen kwam nogal weinig terecht. Gewoon de dagen doorstaan was al een hele prestatie. Maar een ding bleef. Vieren zullen we het. Elke mijlpaal, elk hoogtepunt en elke verjaardag. En als je eenmaal ergens aan begint, kun je niet meer afhaken. Dus krabben we ons nog steeds een week voor elk verjaardagsfestijn achter ons oor: een zelfgemaakt kado. Wat dan? En sta ik midden in de nacht nog een t-shirt in elkaar te flansen. Dat middernachtelijk gezwoeg is al een traditie op zich. 
Toch zijn al die zelfgemaakte kadootjes wel waardevol. Voor ons dan. De aandacht die we aan het moment hebben gegeven, het stilstaan bij wat we kunnen maken voor kind 1, 2 of 3. Het is toch anders dan iets aanklikken op bol.com. Vooral het kado dat Otto dit jaar voor zijn derde verjaardag kreeg, vond ik er wel een om in te lijsten. De Timmerman maakte een kabouter boomhut met hijskraan voor hem. Naar idee van, en met de kaboutertjes van fabelachtige Else Besjes, (die je ook heel leuk op Insta kunt volgen voor een sprookjesachtig mooie poppenwereld.) De boomhut is het soort speelgoed waar ik het liefst mijn huis vol mee zet. Want sprookjesachtig mooi om naar te kijken en er wordt ook daadwerkelijk veel mee gespeeld. Daarnaast bleek zo'n kind 3 ook heel praktisch: want daar kun je mooi dat marktplaatsfietsje voor een tientje voor de derde keer als groot verjaardagskado aan geven. Voor hem nog waardevoller: de fiets die al van zijn zussen is geweest! (Dat we daarna nooit meer tijd hebben genomen om hem er ook daadwerkelijk op te leren fietsen, is een schande. En het lot van een nummer 3. Ik hoop dat ie er geen trauma's aan overhoudt.)
Al met al waren we dus heel tevreden over al die verjaardagstradities. Maar. Er komt een maar. Die kinderen worden maar ouder en ouder. En dan komen er ook nog feestjes met kinderen bij. En traktaties. En die moet je ook nog allemaal zelf maken, bedenken, voorbereiden en uitvoeren. Enig hoor, maar wannéér doet een mens dat? Nou 's nachts. Want dat is waarschijnlijk waarom baby's je zo weinig laten slapen, zodat ze je kunnen voorbereiden op de rest van je leven met kinderen. 






En zo, op zo'n kinderfeestje, terwijl er acht lentefeetjes ronddartelen in door mij middernachtelijk genaaide manteltjes, tussen een tovenaar en een dokter die het feestje kwamen opluisteren, voel ik mij dan toch plotseling die moeder die ik me ooit voorstelde te worden. De chaos compleet, de uitzinnigheid ook. Zo wilde ik dat het zou  zijn. En dat luisteren, meerstemmig zingen en beleefd zijn is echt totaaaaal overschat. Feestvierende kinderen, dat is het grootste moedergeluk. (Dat jarigen meestal ook een zenuwinzinking en onbedwingbare huilbuien krijgen op hun feestje, laten we even buiten beschouwing.)



maandag 18 december 2017

Opruiming


Zo tegen het eind van het jaar wil ik graag schoon schip maken. Dit jaar moet afgesloten worden, zodat we fris en opgeruimd aan een nieuwe kunnen beginnen. Alleen, dat is onmogelijk. Nu heb ik het een keer niet over het zwijnenhol waarin ik woon. Dat heb ik al lang opgegeven. Ook mijn werkjaar lijk ik mooi af te kunnen sluiten, met leuke nieuwe klussen op het programma van volgend jaar. Nee, ik heb het over jullie. Over de onwaarschijnlijke verwaarlozing van dit blog. Van de duizenden foto's die klaar staan om bekeken te worden, bewerkt te worden en vooral op de verhalen die erbij verteld moeten worden. Maar het is zo veel. Die opruiming red ik niet op tijd. 




Toch moet er iets. Want ik sloeg vandaag een ouderwets fotoboek open. Uit de tijd dat ik nog dingen af liet drukken, en dan inplakte met snedige onderschriften of leuke herinneringen. Het was zo fijn. Een bladzijde en ik wás weer in 2004. Toen ik een scriptie aan het schrijven was of een romantische wandeling in de sneeuw maakte. En daarna liet Facebook me ook een foto uit lang vervlogen tijden zien, te weten vijf jaar geleden, toen de Timmerman met een heel klein Savientje op schoot gewoon midden op de dag een dutje deed. Het vervulde me met weemoed. Niet naar het onderschrift van die laatste foto, want daar stond dat het kind ziek was en de vader wel zes keer eruit was geweest 's nachts, dus dat het schattige slaapje meer een genadeloze uitputting was. Maar wel naar alle tijden die zo snel voorbij vliegen. Die in mijn herinnering eergisteren waren, maar dat dat dus gewoon niet waar is. 
Daarom ga ik gewoon dit doen. Foto's die al maanden klaar staan om gedeeld te worden, ook gewoon maar eens delen. En dan niet altijd met een lekker doordacht verhaal. Maar gewoon. Delen, omdat het anders niet gebeurt. En dan vind ik ze nooit meer terug. In de krochten van mijn krakende computer in ieder geval niet. Want als ik eerlijk ben zou ik die als allereerste moeten opruimen. Maar ja. Da's echt lang zo leuk niet als dit blog schandalig vol proppen in deze laatste weken van het jaar. 

Dus zie hier. De jaarlijkse cheeeeeesy fotoshoot voor Vaderdag. Die doen we elk jaar omdat Vaderdag daar om vraagt. Zodat er ooit een hele serie is ontstaat van foto's van het trio met hartjes en andere zoetsappige liefdesuitingen. Deze keer was het heel leuk. Savine maakte met twee vriendinnetjes de tekening op de tuinmuur en de dames wilden maar al te graag op de foto voor hun pappa. Maar toen kwamen mijn eigen kinderen. Die dat hele fotograferen zo langzamerhand wel gezien hebben. Tenminste, als ze moeten doen wat ik zeg. Namelijk met z'n drieën dezelfde kant opkijken. Ik probeerde het vorige week weer, in de sneeuw. Onbegonnen werk. Er staat er altijd een te huilen, iemand loopt boos weg en de derde is al weer vergeten dat het ergens mee bezig was. Het lijkt het echte leven wel. En dat is toch wat ik het liefste zie. 

Enfin, lieve bloglezers. Houd u vast. Ik ga een stortvloed aan gedachtes en foto's uitstorten. Opgeruimd het nieuwe jaar in! 



dinsdag 31 oktober 2017

Herfst in de war

We hadden herfstvakantie. Die is altijd om binnen te knutselen, een natte boswandeling te maken en warme chocolademelk te drinken. Maar nu even niet. Nu lagen we op het strand, zwommen we, en maakten we zandkastelen. Dat was raar. En nogal leuk. 




Dus ik kan nu een heel verhaal ophangen over klimaatverandering en wat we daaraan zouden moeten doen. Of het nut van vakantie aan het strand voor stadse bleekneusjes. Maar eigenlijk heb ik gewoon geen verhaal. Ik zat ronduit gelukkig in het zand. Te kijken naar mijn zoon die een vishengel had gemaakt van een tak. Naar mijn dochter die de zee inrende. Naar mijn andere dochter die een winkeltje in schelpen begon. Naar een vader en dochter die samen de handstand oefenden. De zon scheen, mijn zoute haar druppelde. Om de hoek zat een terrasje met Texels bier. En dat was alles wat er was. En alles wat er is.


Als ik nou goed in geduld en yoga was geweest, had ik me daar op het strand per direct om laten scholen tot mindfullness coach. Zodat ik daar altijd had kunnen blijven zitten. Helaas. Bourgondische levensgenieter it is. Ieder z'n talent. 


Dat herfstvakanties er elk jaar echt anders uitzien, zie je hier.


donderdag 19 oktober 2017

Veilig


De hashtag #metoo vloog me om de oren de afgelopen week. Ik wist niet wat ik er van moest vinden. Mijn eerste reactie was de tegenovergestelde dan wat de bedoeling er van was. Moet dat nou? Het publiekelijk uitschreeuwen dat je iets naars gebeurd is? Vaak zonder tekst en uitleg. Zodat ik na weer een #metoo me alleen kon afvragen wat de ernst van de situatie was. Ik ging bij mezelf ten rade. Heb ik ook een #metoo? Ik moest er lang over nadenken. Er schoot me niet iets te binnen waar ik ernstig mee zat. Toch was ja de conclusie. Maar of het nou zo erg was, wist ik niet. Zo gaat het toch in de wereld? bagatelliseerde ik het al snel voor mezelf. Ik was er niet door beschadigd, ik had er geen last van. Ik hoefde toch geen dingen uit een ver verleden op te rakelen om daar een beetje over te gaan janken dat het zo oneerlijk is als vrouw zijnde enzo? Hop en weer door. 

Maar dat hop weer door bleek toch niet helemaal te kunnen. De #metoo's bleven aan me knagen. Het deed me beseffen dat ik had geaccepteerd hoe scheef de normen en waarden in elkaar zitten. Dat er nogal grote gradaties in de #metoo's zitten. Dat je daar niet over praat. Dat je je erover schaamt als iets is gebeurd. Het vooral zo snel mogelijk wil vergeten. En dat ik een ingebouwde buffer heb ontwikkeld die angst heet. Angst voor onveiligheid. Die is er al zolang ik me kan herinneren. Ik was een bang kind, een bange puber en een bange student. Niemand die het zag, ik heb een grote bek. Alleen slapen vond ik de hel. Alleen in een donker huis, in een schemerige gang de deur op slot doen voor je gaat slapen? Ik durfde het niet. Van de Uithof naar huis fietsen 's avonds laat? Dat deed ik alleen als ik ondertussen een half uur met iemand kon bellen. Met een volle blaas, want ik had ergens gelezen dat je het best meteen in je broek kon plassen als er iets gebeurde. 

De lijst angstomzeilende gewoontes is lang besefte ik me. Maar op mijn 37e vroeg ik me daar niks meer over af, ze waren er gewoon. Tot Anne Faber verdween. Anne, een meisje dat ik niet kende, maar wel heel vaak gezien heb. Ze werkte in het Huis Utrecht, waar ik ook een paar keer per week zit te werken. Ik ken haar collega's, ze fietste dezelfde routes als ik deed, we wandelen vaak op de plekken waar ineens vijvers afgezet werden met rood wit lint. Mijn wereld kantelde. De diepst liggende angsten die ik had weggestopt bleken toch werkelijkheid te kunnen zijn. De reden waarom ik niet een donkere gang op wilde en 'savonds niet alleen durfde te fietsen, was dat er plotseling 'iets' kunnen zijn. Na 37 jaar had ik mezelf ervan overtuigd dat die scenario's niet bestaan, die mensen er niet echt zijn, de angst belachelijk is. En toen bleek het wel te kunnen. Ik huilde. Om Anne, om het onvoorstelbare, omdat je niet kunt fietsen in de regen door het bos, om alle angsten die ineens gegrond bleken te zijn.


Daarna moest ik alleen met drie kinderen naar een huisje op Texel. Iets wat ik al een paar jaar doe, vol zelfvertrouwen. Want ik ben een groot mens en ik kan dat. Ik wilde niet meer. Alleen aan de rand van het bos zijn. Uit donkere schuurtjes nog een kinderbedje halen, de deur op slot doen. Ik vond het belachelijk van mezelf. Ik ging toch, natuurlijk. Aan angst toegeven is het domste wat je maar kunt doen. Zwijgen over waar die angsten, misschien, vandaan komen ook. De wereld is niet veilig in ieder geval. Dat is vaak genoeg bevestigd. En dat is waar de #metoo's over gaan.


Ik beschouwde het altijd als grappige en sterke verhalen. Maar het is mijn #metoo blijkt nu. Dit is voor de jongen die het geinig vond mij op de glijbaan van het zwembad tijdens een kinderfeestje in mijn kruis te graaien. Op een plek waar ik me tot dan toe nog niet eens van bewust was dat ie bestond. Hij bleef maar achter me aan zwemmen. Zodat ik een uur naast een moeder aan de kant zat omdat ik het zwembad niet meer in durfde. (en misschien ook wel voor de moeder die dus niks aan deze hele situatie deed maar mij daar gewoon liet zitten). Voor de potloodventer (die bestaan dus echt) die langs mij liep op de schemerige woningboulevard. Voor de man die zich tijdens mijn interrailreis in de trein tegenover m'n nichtje en mij ging zitten aftrekken. Voor de Amerikaan die tijdens een dansfeest overdreven hard tegen mij aan gingen staan rijden. En toen ik zei dat ik daar niet van gediend was met 'playing hard to get?' antwoordde en lekker doorging. En voor al die andere situaties waarvan ik me nu realiseer dat die eigenlijk helemaal niet normaal zijn.

Veiliger wordt de wereld niet van dit stukje tekst. Ik hoop wel een beetje opener en eerlijker. Zodat mijn kinderen zich zonder mijn angsten vrij kunnen bewegen.




woensdag 27 september 2017

Lucht en licht


Ik vind dat wij, mensen van de moderne wereld, maar veel moeten kunnen. Niet alleen moet je voorkomend, vriendelijk en representatief zijn, nee een goed gewaardeerd burger heeft tegenwoordig én waanzinnige succesvolle carrière, een huis dat op elk moment van de dag in een woonblad kan, een relatie waar iedereen jaloers op is, kinderen die op een Oilily poster kunnen staan wegens eigenheid, knapheid en stijl, is tevens opvoed- en lifestyle coach, heeft tachtig beste vrienden om lekker vaak 'een hapje mee te gaan eten' of iets cultureels verantwoords mee te doen, gaat minstens twee keer per jaar helemaal uit z'n dak op een festival, maakt ondertussen wereldreizen, weet alles van killerbody's, glutenvrije diëten en cross fit oefeningen of yoga, heeft drie unieke hobby's en doet dit alles ook nog achteloos ontspannen, terwijl het verslag ervan op alle mogelijke social media kanalen te volgens is waar duizenden mensen op likes klikken. Alleen van het lezen van deze zin zakt de moed me in de schoenen. 


Volgens mij is het niet mogelijk, zo'n leven. Dat je álles moet kunnen. Ik haal echt nog niet eens een kwart van dit lijstje. Daardoor voelt alles grotendeels aan als een mislukking. Als falen. Je huis een zooi? Treetje naar beneden op de algemene geslaagsheidsladder. Al een half jaar niet meer met vrienden uit eten geweest? Oei, sociaal isolement. Of is het een persoonlijksheidsstoornis waar direct een therapeut aan te pas moet komen? (tijdgebrek is namelijk echt geen enkel excuus.) Al twee jaar niet meer gesport dan heen en weer fietsen naar school? Dan ga je heel snel dood wegens gebrek aan fitheid. Hoe kun je überhaupt leven als je niet heel veel en bewust beweegt en je strak traint? Worstelen met woedeaanvallen van kinderen, werk dat best wat enthousiaster aangepakt mag worden, een relatie waarbij zelfs een kus voor het slapen gaan er grotendeels bij inschiet aangezien de wederhelft al wegens uitputting keihard ligt te snurken, dat zijn niet de succesverhalen waar je geacht wordt mee aan te komen. Loop maar weer een stapje harder, dit moet beter kunnen. 

Nu kan het zo zijn dat alleen ik dit zo ervaar. Best goed mogelijk aangezien ik ergens een perfectionistische inborst heb. Het is niet zo snel goed genoeg. En verder heb ik gewoon niet zo veel aanleg voor huishoudelijk werk, planning, zelfdiscipline. Hmmm, eigenlijk voor alle algemeen gewaardeerde eigenschappen niet. Klinkt dit als een treurig relaas? Misschien. Noem het een worsteling. Een zoektocht naar een leven waar de dingen waar ik niet onderuit kan komen en de dingen die ik graag doe in balans zijn. 


Dit weekend was ik op Terschelling. Met zestig vrienden, de Timmerman en geen kinderen. Dat was een nogal unieke situatie. Het was de quality time die ik nodig had met mijn echtgenoot, tegelijk met de leuke dingen doen met vrienden, het avontuurlijke reisleven, het extreem veel bewegen voor een strak lijf én tot diep in de nacht veel te veel bier drinken. Alles in een. Ik ben er kapot en opgeladen van. Maar het kon. Alle achterstallige dingen van dat gebalanceerde leven in een weekend proppen en we kunnen er weer tegenaan.

Ik genoot intens van adembenemende zonsondergangen (ooooh herfstlicht!), fietstochten (ooooooh zadel wat haat ik je nog steeds), twee uur durende strandritten op een Fries (vliegend over het strand en stampend in de branding), een Kubb toernooi (met stokken gooien en brullen tegen tegenstanders is altijd goed) het toneelspelen met een handje vol vrienden (onder een sterrenhemel in een verlaten en aardedonker bostheater), het grappen maken, het samenzijn, het zingen, het oesters zoeken op het wad (en ze modderig in je mond laten glijden (best wel goor eerlijk gezegd, maar het idee was zo fantastisch dat de smaak van ondergeschikt belang is)) van álles!


Ik besefte me plotseling één ding. Van alle dingen die je geacht wordt te kunnen, kan ik niks. Daarom voelt de hele bliksemse bende meestal als totaal mislukt. Maar ik heb wel een talent voor iets anders. Dat is genieten. Van hele kleine dingen. Dingen die voor mij al het gedoe de moeite waard maken. Kijk, ik voel heus wel iets van zelfvoldoening als ik samen met de hulp vier uur lang poets en ploeter zodat het huis weer bewoonbaar is. Maar gelukkig word ik er geen seconde van. Wel van zonnestralen op mijn gezicht. Van onverwachte avonturen. Van zwemmen in een koude zee. Dauwdruppels en mist. Vrienden die bijna in de slappe lach stikken. Elfjes die Halleluja zingen, maar dan heel vals. Van jutters met een salami in hun wetsuit. In het donker fietsen met mannen in mantels. Mensen die liedjes schrijven. Mensen die liedjes zingen. Roze reflectie in het waddenwater. De geur van bos. De geur van zee. Saamhorigheid van totaal verschillende mensen. Herinneringen ophalen. Herinneringen maken. 



Het lijstje met dingen die je geacht wordt te kunnen, zou ik willen laten schieten. Als iedereen nou eens een heel andere prioriteit op een zet: Maak mooie herinneringen. Dan zou de wereld er een heel stuk vrolijker, vriendelijker, en fijner uitzien.