Pagina's

Posts tonen met het label strand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label strand. Alle posts tonen

dinsdag 31 oktober 2017

Herfst in de war

We hadden herfstvakantie. Die is altijd om binnen te knutselen, een natte boswandeling te maken en warme chocolademelk te drinken. Maar nu even niet. Nu lagen we op het strand, zwommen we, en maakten we zandkastelen. Dat was raar. En nogal leuk. 




Dus ik kan nu een heel verhaal ophangen over klimaatverandering en wat we daaraan zouden moeten doen. Of het nut van vakantie aan het strand voor stadse bleekneusjes. Maar eigenlijk heb ik gewoon geen verhaal. Ik zat ronduit gelukkig in het zand. Te kijken naar mijn zoon die een vishengel had gemaakt van een tak. Naar mijn dochter die de zee inrende. Naar mijn andere dochter die een winkeltje in schelpen begon. Naar een vader en dochter die samen de handstand oefenden. De zon scheen, mijn zoute haar druppelde. Om de hoek zat een terrasje met Texels bier. En dat was alles wat er was. En alles wat er is.


Als ik nou goed in geduld en yoga was geweest, had ik me daar op het strand per direct om laten scholen tot mindfullness coach. Zodat ik daar altijd had kunnen blijven zitten. Helaas. Bourgondische levensgenieter it is. Ieder z'n talent. 


Dat herfstvakanties er elk jaar echt anders uitzien, zie je hier.


zaterdag 12 maart 2016

De juttersdochters

Mijn werk heeft veel voordelen. Een ervan is dat ik op vakantie naar Texel kan gaan, zonder vrij te hoeven nemen. (Het nadeel is wel dat je collega's niet zo werkbevorderend zijn, soms zelfs ronduit lastig als ze door belangrijke telefoontjes gaan schreeuwen, maar ach. Beetje handig in slaaptijden plannen en je hebt zo een werkdag bij elkaar.) Een ander is dat ik mezelf op cursusweekend naar Vlieland kan sturen om daar een beetje de waddenlucht te fotograferen. Alsof ik nog niet genoeg Texelse lucht had gezien de week ervoor. Alvast een groot excuus, er staat jullie nog heel wat waddengeweld te wachten. Later meer daarover. Maar het grootste voordeel van mijn werk is dit: ik mag me elke keer in de fijnste, mooiste, leukste onderwerpen verdiepen. Waarover ik dan aan mijn zeer gewaardeerde 'collega's' aka kinderen vertel. 



Zo ben ik momenteel ontdekkingstochten aan het schrijven voor een prachtig dierenpark dat nog geopend moet worden. Een onderwerp dat daarin aan bod komt, is de vervuiling van de natuur en de zee. Ik vertelde de freules dat er bergen plastic ronddrijven en dat dieren daar dood van gaan of ziek van worden. Tja, je moet die tere zieltjes af en toe een beetje realisme bijbrengen toch? Gewoon zeggen dat al die lieve zeehondjes in Ecomare stikken in visnetten. Nou, dat heb ik geweten. We kunnen nu niet meer naar buiten zonder terug te komen met zakken en zakken vol papiertjes, plastic, dopjes, smerige ondefinieerbare rotzooi en touwtjes. Want! We moeten het opruimen. Voor de dieren. En het milieu. Wat is daar nou tegenin te brengen?


Waar ik al zeer bewust was van de eksterogen van de oudste freule, kwamen nu de juttersogen van de kleine freule aan het licht. Die zag werkelijk elk stukje plastic en elke verwaaide duinpan liggen. Dat is eerst heel lief. En ontroerend. Maar dan weet je nog niet wat juttersdochters met hun buit doen. Die duwen ze namelijk snauwend in hun moeders armen. 'Voor de dieren.' Dus. Sta je dan met een druipende spuitbus, een stinkende plastic fles en meters en meters touw.




Maar goed, voor de natuur doe je alles, dus zo zwoegden we met alle troep door het zand. Dat duurt lang hoor, als elk touwtje opgeraapt moet worden, terwijl je je armen vol hebt. En je dus elke keer de stapel neer moet leggen, de boel moet herschikken om alles weer vast te kunnen houden en dan weer een meter kunt lopen. Kortom, ik was blij toen we weer op de parkeerplaats aankwamen, bij de vuilcontainers. Ho. Had ik daar even een denkfout gemaakt. Waar ik armen vol troep had gezien die we aan het opruimen waren, had de grote freule armen vol schatten gezien, die ze gratis en voor niks mee naar huis mocht nemen. 'Dan kan ik alles mooi neerleggen op de vensterbank.' Goed...
(Pssst, wanneer zouden jullie het een goed moment vinden om het tasje met stinkende resten vissersnet stiekem in de vuilnisbak te deponeren?)

maandag 29 februari 2016

Perfectie- Portretjes #12




Als je mij vroeger had gevraagd hoe een perfecte middag met mijn toekomstige kinderen eruit had gezien, had ik ongetwijfeld geantwoord: knutselend aan een grote keukentafel. Wist ik veel. Dat dat helemaal nooit perfect verloopt. Kwade kleuters omdat hun werkje mislukt, tafel, kinderen en jijzelf onder de lijm, glitters of toch niet zo uitwasbare verf en nooit het eindresultaat dat iemand voor ogen had. Ik weet nu wel beter. 


Een perfecte middag is er een zoals die van vorige week dinsdag. Een wandeling met vrolijke kinderen en een doorkomende zon, een avontuurlijke tocht door de duinen, bijna weggestormd worden op het strand en dan lekker binnen warme chocolademelk drinken in een strandtent. Met vegakroketten. Buiten slaat zo nu en dan de regen genadeloos tegen de ruiten, binnen is het gezellig rustig, licht en er is een speelhoek. Na een uur staat elk kind bij een ander tafeltje te kletsen, met mensen die minstens even vertederd naar je kinderen kijken als jijzelf. Het strandlicht weerkaatst in hun ogen, ze vermaken zich met niks. Elke keer als je denkt, nu zal ik toch echt moeten gaan, begint het meteen te stortregenen. Je kunt niet weg, je hoeft niks meer. Alleen daar zitten, je overgeven aan het moment en naar buiten staren. Heel, heel even is het perfect. 


dinsdag 12 januari 2016

Fris en fruitig


Nieuw jaar, nieuwe kansen. Dat schijn je te moeten denken. Ik vind het alleen zo ontzettend jammer dat het nieuwe jaar met januari begint. Een niksige maand, met niksig weer, geen licht, geen hoogtepunten, het verjaren van mijn trouwe Timmerman daargelaten, maar die is in januari meestal nog decemberfeestmoe en zodoende wil hij nog net met tegenzin een stukje taart naar binnen werken, maar dat is het dan ook wel met de pret. Jan-nu-waar-ri. Bah. 

Zo zit ik me dus al elf hele dagen op te vreten dit nieuwe jaar. Mezelf een beetje opnieuw uit te vinden. Ik nam me natuurlijk tegen beter weten in van alles voor. Van het eindelijk verkrijgen van het goddelijke lijf dat ik voor mezelf in gedachte had, tot m'n huis zo grondig Marie Kondo-en tot er een woonmagazine langs kan komen, van een rustig en tevreden mens worden tot mezelf tot ongekende creatieve, intelligente, geïnspireerde hoogtes stuwen zodat ik nu maar eens zou gaan doorbreken. In wat weet ik nog niet precies. Maar het is er tijd voor, die doorbraak. Hmmhmm. En meer slapen. Ook dat. Eigenlijk was dat het enige voornemen dat ik hardop uitsprak en wel op 1 januari om 2 uur 's nachts. 'Ik ga naar bed.' Zo simpel en toch zo moeilijk.  Het is namelijk zo dat dit voornemen tot nu toe maar liefst een avond is gelukt. Ik lag om half elf in bed. Kon ik niet slapen, zul je altijd zien. Kortom: die voornemens maken januari nog erger dan ie al is. 

Misschien had ik het jaar ook niet zo manmoedig en overdreven fris moeten beginnen. Beetje de zee inrennen voor een verfrissend nieuwjaarsduikje, het is vragen om moeilijkheden. Helemaal omdat ik vlak na de legendarische woorden 'Ik ga naar bed,' het nodig vond de buikgriep van mijn dochter over te nemen. Mijn methode om deze narigheid te bestrijden was dit: geef je lijf een spartaanse optater, zodat ie uit koude shock weer functioneert naar behoren. Zo deden de Vikingen dat per slot van rekening ook (denk ik) of anders wel de roverhoofdman uit Ronja de Roversdochter. Die moest poedelnaakt in de sneeuw rollen, wat de freules nog steeds de grappigste scene vinden uit de hele film. 'Piemels! Wiebelpiemels!' giechelen ze elke keer weer vol ongeloof.

Nou goed, aan de koude Zeeuwse kust waren weinig roverwiebelpiemels te zien, wel een heel zielig hoopje freule dat op weg naar het strand nog wel zin had in een duikje, maar zich niet had gerealiseerd dat je dan midden in de winter in je badpak op het strand eindigt. Wat niet comfortabel is, maar berekoud. Ik begon het jaar dus met een daad die als pure kindermishandeling bestempeld zou kunnen worden: Ik rende met een heftig bibberend, trillend en snikkend kind op mijn rug honderden meters over het strand om haar in zee te gaan gooien.


Niet dat ze die duik van mij moest doen hoor. Maar ja, ze stond er nou eenmaal al in haar badpak toen alle mensen gingen rennen, dus wat had ik dan moeten doen?  Om haar daar blauwbekkend te laten staan vond ik nog zieliger. Al strompelend ontwaarde ik even later bij haar een  heel klein glimlachje, omdat het gewoon best geinig is om tussen honderden oranje mutsjes brullend naar een zee te rennen. Maar ja toen kwam die zee dus in beeld. Het hoopje mens verschrompelde nog verder. Ik zette haar met een voet in het water, greep de andere freule die manmoedig aan haar duik was begonnen, maar rechtsomkeert had gemaakt zodra ze een grote teen in het water had gestoken en van plan was om in haar badpakje heel erg kwijt te gaan raken tussen al die rennende mensen. Daar stond ik dan. 

Ik weet niet of het exemplarisch wordt voor dit jaar, maar mijn heroïsche duik veranderde al doende in een jammerlijke en zeer onaangename pootje baadsessie met twee woeste freules en eindigde in een onmogelijke worsteling om plakkerige, zanderige lijven in kledingstukken te wurmen die nooit meer leken te willen passen. Zucht. 2016. Ik heb zin in je. Een goede start is per slot van rekening het halve werk. 

donderdag 1 oktober 2015

Tot slot: Walhalla in het water- Zomerse OTN-avonturen deel #7

De laatste restjes zomer zijn deze week verdwenen. Al staan er nog velden vol bloemen te stralen, het ís gewoon ineens herfst. Het ruikt ernaar, het licht is zo, de ochtenden ineens weer koud en vochtig. En weet je? Ik heb er wel zin in ook. Dat hele zomerse gedoe met zwemmen, zonnen, ijsjes eten voelt als een eeuwigheid geleden. Zo gaat dat dus, een maand na de zomervakantie is alle opgedane uitgerustheid verdwenen, zit je weer volledig in de doordraaimodus en denk je al niet eens meer aan Zuid Franse taferelen op het strand. Daarom hoog tijd voor het laatste deel van de Zomerse avonturen waarin we de groene oase in Limoges verruilden voor zand en hysterische kustplaatsen. En warmte en zon. 

- Maakt allen uw borst maar nat: ik plemp hier in een keer alle vakantierestanten op uw bord. En ik hou van volle borden.-


Nou ja, wíj gingen naar Zuid- Frankrijk en dan weet je het wel. Ook daar ontstaat meteen noodweer van ongekende proporties. Wat u hier ziet is het resultaat van een buitje dat een half uur duurde. De rest van de dag bleef het op deze manier wateren en zo hielden we onszelf bezig met het bouwen van dammen rond de tent, aangezien het bed van Otto dreigde weg te drijven. Hele afwateringssystemen verzonnen we, hé je bent een Hollander of niet. 




Maar gelukkig komt na regen altijd zonneschijn. En daar brak zowaar de meest relaxte tijd van onze vakantie aan. We hoefden niet meer te verkassen (na een klapband met de vouwwagen waren we wel weer even klaar met ons avontuurlijke leven, bovendien bleef het in de rest van Frankrijk regenen en bij ons niet.), er waren een zwembad, strand en een rivier om de hoek, de kinderen hoefden we een week lang niet meer aan te kleden want één zomerjurk voldeed en ze haalden zelf croissantjes voor het ontbijt bij de alleraardigste Zweedse camping eigenaresse. Na drie dagen kwam er zelfs een heus animatieteam voor de freules bij, in de vorm van zes allerschattigste Belgische meisjes. Drie blond, drie donker, vol spellen, liedjes, toneelstukjes, zwemwedstrijdjes en energie. Kortom deze laatste week werd een gevalletje 'Nooit meer naar huis'!











Zo ziet de perfecte vakantie eruit. Je zou zeggen: niks meer aan doen, zeven dagen strand en iedereen gaat krokant gebakken en uitgerust naar huis. Maar we moesten ook nog de rivier in de buurt ontdekken. En dat was maar goed ook, want het was me daar toch een partijtje adembenemend mooi en fijn en leuk! 








En daar gebeurde het. De grote freule overtrof zichzelf weer eens. Kijk, dat ze uitgerust is met een grote portie zelfvertrouwen, moed, wil en overtuigingskracht, dat wisten we al. Maar dat ze alles durft, dat wisten we nog niet. Het begon er al mee dat ze zonder spoor van twijfel deze stromende rivier overzwom. Ze had maar liefst twee zwemlessen gehad, dus natúúrlijk kon ze dat. (Dat ze de rest van de vakantie het liefst zonder bandjes het zwembad overzwom is weer een ander verhaal. Maar ze deed het, ik zweer het.) Zie hier haar 'ik kan de wereld aan en dat zal ik eens even laten zien' pose. Want dit is was ze ging doen: 

Nu denken jullie natuurlijk: ach wat knap. Dat kind is een enorm hoge rots opgeklommen. Knap hoor. Ja. Maar dat klimmen had een reden. Ze ging er namelijk afspringen. Van deze rots. Ja. Ik deed het zelf ook en ik kan een ding zeggen: H O O G.  Oke, twee dingen; D O O D E N G! Als een gillende keukenmeid stortte ik naar beneden. Dit is was Savine deed: 
(Met haar vader. We vonden het toch wel een beetje gek om haar alleen aan te moedigen zichzelf vijf meter naar beneden te laten vallen en daarbij dan lachend toe te kijken. Ik weet niet, ik denk dat daar een zweem verantwoordelijkheidsgevoel opspeelde.) 





Zo. Dat was het dan. Onze magische zomerse avonturen. Ik heb me ingehouden, dat u het even weet. Ja. Zeven delen, ik weet het, geen kattenpis. Maar toch. Er was méér.

En omdat u er vast geen genoeg van krijgt (muhahahaha), hier de laatste zomerse stuipen:  




 Het was me een genoegen. Dag lieve zomer, tot volgend jaar!