Pagina's

Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

dinsdag 31 oktober 2017

Herfst in de war

We hadden herfstvakantie. Die is altijd om binnen te knutselen, een natte boswandeling te maken en warme chocolademelk te drinken. Maar nu even niet. Nu lagen we op het strand, zwommen we, en maakten we zandkastelen. Dat was raar. En nogal leuk. 




Dus ik kan nu een heel verhaal ophangen over klimaatverandering en wat we daaraan zouden moeten doen. Of het nut van vakantie aan het strand voor stadse bleekneusjes. Maar eigenlijk heb ik gewoon geen verhaal. Ik zat ronduit gelukkig in het zand. Te kijken naar mijn zoon die een vishengel had gemaakt van een tak. Naar mijn dochter die de zee inrende. Naar mijn andere dochter die een winkeltje in schelpen begon. Naar een vader en dochter die samen de handstand oefenden. De zon scheen, mijn zoute haar druppelde. Om de hoek zat een terrasje met Texels bier. En dat was alles wat er was. En alles wat er is.


Als ik nou goed in geduld en yoga was geweest, had ik me daar op het strand per direct om laten scholen tot mindfullness coach. Zodat ik daar altijd had kunnen blijven zitten. Helaas. Bourgondische levensgenieter it is. Ieder z'n talent. 


Dat herfstvakanties er elk jaar echt anders uitzien, zie je hier.


dinsdag 11 juli 2017

De aardbeienhemel

 Natuurlijk zou ik eens kunnen beginnen met het bewerken en beschrijven van de duizenden foto's die ongeduldig op mijn computer staan te wachten om bekeken te worden. Zoals daar zijn alle foto's van vorig jaar vakantie. Maar dat kan ik ook niet doen. En gewoon weer eens bij vandaag beginnen. Want dat is namelijk wel haalbaar. En ik heb me voorgenomen vooral nog haalbare dingen in mijn leven te gaan doen. Scheelt een boel frustratie. Schijnt. 

Vandaag dus. Was een goeie. Mijn trio is gereduceerd tot duo, het aantal volwassenen dat zich met dat stel bezighoudt is ook gehalveerd. Of te wel: we zijn met z'n drietjes op Texel en we zijn helemaal de kluts kwijt omdat onze roedel niet compleet is. Ik dacht vanmiddag, liggend op een kleedje in de tuin zelfs: dit is zo rustig, zal ik anders eens een boek gaan lezen. Dat is natuurlijk een domme gedachte, want zodra ik het boek in handen had, was die rust alweer voorbij en vond Otto vooral dat ik moest voorlezen. En als ik dat niet deed, reed hij met z'n loopfiets over mij heen. Ook niet comfortabel. We gingen dus maar eens op pad. Na mijn gehele jeugd jaarlijks op Texel te zijn geweest, zijn er nog genoeg plekken die ik niet ken. Zo belandde ik vandaag bij de zelfpluktuin. Een paradijsje zo fijn. Wat zeg ik, het is de aardbeienhemel.


Niet dat we dit jaar gebrek hadden aan aardbeien. Ik schat dat er een kilootje of zeven van ons eigen landje kwam. We aten ons helemaal gek en maakten vele potten jam. Maar terwijl ik mezelf krom een halve hernia plukte onder een netje, vloekend zoekend naar rode aardbeien tussen het onkruid, begreep ik waarom aardbeien zo duur zijn. Het is een pokkeklus ze te plukken. Een probleem dat alleen in mijn moestuin speelt, zo begreep ik vandaag. Want professionele kwekers denken goed over dingen na en doen dingen voor het gemak op stahoogte. Nah, dat scheelt toch veel! Ze doen ook dingen met mest en constante irrigatie denk ik, want mijn god wat waren deze aardbeien groot! En lekker, dat ook.  Zo lekker dat Otto, gewend om in onze tuin een halve kilo in z'n mond te schoffelen terwijl hij plukt, dat vrolijk ook hier probeerde te doen. Het bewijs liep constant over zijn kin in de vorm van rood sap. 



Om deze diefstal enigszins goed te maken. dronken we nog maar een aardbeiensapje en aten we nog maar een aardbeientaartje in de idyllische bloementuin. En niemand gooide wat om en niemand mikte de taart in z'n shirt of in mijn haar, wat het al met al dus een heel geslaagde middag maakte. Dus schrijft het op, knoopt het in uw oren, of onthou het gewoon: plukt allen aardbeien in Oudeschild. Een gratis Texeltip van mij voor jullie. Want zo ben ik op vakantie. Toedeloe! 


dinsdag 9 mei 2017

Als het vuur aangaat


Het was er even niet meer. Het schrijven, het verhalen vertellen, de zin. Het was op. Voor het eerst ooit. Ik vond het verschrikkelijk. En het was ook heerlijk rustig. Dat ik iets minder van mezelf moest. Dat ik gewoon om elf uur naar bed mocht omdat ik niet nog hoefde te tikken. Maar weet je, zonder verhalen is de wereld minder mooi. Zijn de dingen die gebeuren alleen momenten in tijd. Vliegt alles voorbij zonder dat je het vast kunt prikken. Is alles vluchtig. 

Vorige maand zat ik op de fiets. Gewoon net als altijd, regen, krat vol tassen, drie kinderen erop gedrapeerd. En toch helemaal anders. Waar ik al tijden door stroop trapte, zuchtend en zwoegend me erdoor heen duwde, was het ineens licht. Ik kwam vooruit. Alsof iemand op een knopje had gedrukt. Mijn geluksknopje. Waar alle vreugde in zit. Ik had weer zin in dingen. Regelde drie vakanties in een week. Kreeg mijn werk af, en een heleboel nieuw werk binnen. En deed zo nu en dan weer eens een dansje in de kamer. Omdat het kon. 



Eerst vertrouwde ik de boel niet. Dingen die moeilijk zijn, kunnen toch niet in een klap omslaan? Maar het is zo. Het is er nog steeds. Het laait. Van binnen, en het moet er weer uit. En toen keek ik net eens naar mijn foto's. Die altijd nogal random zijn van alles wat ik zie. Er zat een thema in. Ik heb nogal veel fikkies gestookt de laatste tijd. Heel veel vuur. Thuis in de kachel, op de camping waar we er een weekend lang bij zongen en op kookten, een metershoog paasvuur en ook de meivakantie sloten we af met een zinderend hete fik in een ton. En verhalen en gezang. Naast dat ik er uitzinnig blij van werd, ontroerde het me. Elke keer. Het hypnotiserende van vlammen, de hitte, het verzengende. Je moet het blijven voeden, opporren.





En dat is het. Na een paar jaar zwoegen om een gezin op poten te zetten, had ik me erbij neergelegd. Dat zo het leven is, met kaders en gebaande wegen. Ik porde mezelf niet meer op, ik hield mezelf net brandend, zonder te voeden. En ware het niet dat deze beeldspraak te voor de hand liggend is, daarmee brandde ik langzaam op. Ik weet niet wat ik heb gedaan, behalve het maar voor mezelf benoemen, maar het is nu niet meer zo. Ik voelde het vorige week, toen ik voor het eerst in jaren mezelf weer eens een week week op kamp stortte. Dat ik het nog kon. Zorgeloos zijn als een negentienjarige. Zorgelozer zelfs, want duizend maal sterker en misschien zelfs wijzer dan toen. Met minder twijfels en meer richtlijn. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen. 


Het gevoel dat je terug in de tijd kan, dat je een oude ik kunt hervinden, het is, ik weet niet, alsof ik door al mijn barrières heen ben gebroken. Dat alle mogelijkheden weer openstaan. Maar het kan ook gewoon zijn dat ik high ben van een week slaapgebrek. Ja, weet ik veel. Wat maakt het uit. Er is maar een waarheid, en die zit in dit liedje dat ik ook deze week zong:

'Als het vuur aangaat, als het vuur aangaat, dan doen we hele leuke dingen. Zoals heel veel liedjes zingen. Er wordt een mooi verhaal verteld.'

En zo is het. Laten we meer fikkie stoken.




dinsdag 29 november 2016

Oppassen

Er waren van die momenten dat ik me het moederschap voorstelde als een groot feest. Beetje pannenkoeken bakken, knutselen, buitenspelen en verhaaltjes voorlezen. Dat was toen ik oppaste op drie jongetjes en mijn dagen er inderdaad zo uitzagen. Ik haalde ze op van school, verzon elke donderdag een nieuw speelplan, kookte samen met de mannen en legde ze in bed na eindeloos voorlezen. Dat koken was trouwens noodgedwongen. Ze aten namelijk niks, dus verzonnen we samen gerechten. Ik legde de gehele inhoud van de ijskast op tafel en dan gingen we kiezen wat het zou moeten worden. De keuzes waren geen culinaire hoogstandjes, maar we verzonnen thema's waar het eten aan moest voldoen. Zo verkleedden we ons als brandweermannen en aten rode en oranje dingen (vuur) met spaghetti (de brandweerslangen). Dit alles moest op tafel gebeuren, want brandweermannen hebben geen tijd om rustig op een stoel te zitten. Logisch. Super leuk. En het werkte nog ook. Alles op. 

Maar op een of andere manier is dat moederschap nooit op oppasmiddagjes gaan lijken. Ik heb me toch een partijtje zitten peinzen hoe dat nou toch kan. Toen bedacht ik me dit:
1. Die oppaskindjes waren extreem lief, coöperatief en gezellig. En dat zijn mijn kinderen niet  een heel stuk minder. Als ik bij ze in de buurt ben tenminste. Bij anderen schijnen ze dat ook te zijn.

2. Ik was hun moeder niet, dus hoefden de oppaskinderen met mij geen strijd aan te gaan over allerhande niet voor de hand liggende vraagstukken, zoals de positionering van mijn voeten op een krukje of het wel of niet in stukjes snijden van een boterham . En dat moeten mijn kinderen wel.

En 3. Ik verliet het huis om een uur of acht 's avonds in chaotische toestand, met metershoge kapla bouwwerken midden in de woonkamer, om lekker naar huis te gaan in de veronderstelling dat ik een middag had gewerkt en nu dus niks hoefde te doen. Dan kwam ik thuis en las een boek, of ging ergens bier drinken of deed iets met een goed gesprek met andere mensen. En als moeder is dat precies omgekeerd, dat als die kinderen eindelijk in bed liggen, dan begint het werken pas omdat ik de hele middag nergens aan toegekomen ben. En moet ik zelf dat kaplabouwwerk in een onvindbare doos proppen. En nog drie keer naar boven lopen en roepen dat ze nú hun kop moeten dichthouden en gaan slapen.

Kortom, ik zou wel eens een middagje op mijn eigen kinderen willen passen. Dat ze juichen als ik zeg dat we even boodschappen gaan doen en dat zij voor een keertje mee mogen. Dat we schilderijen maken, of verjaardagstaarten bakken omdat we daar zin in hebben of sneeuwballen gooien naar voorbij rijdende auto's omdat dat eigenlijk niet mag. En dat iemand anders dan moppert dat ze hun jassen niet aan de kapstok hebben gehangen, of een schooltas in de gang hebben laten slingeren. Dat iemand anders zich zorgen maakt of dat brandweereten wel genoeg vitamines bevat. Dat iemand anders 's avonds de deur niet meer uit kan omdat er kinderen liggen te slapen. En helemaal dat iemand anders zorgt dat het huis weer in staat van woonhuis wordt teruggebracht, in plaats van speelpaleis.  En 's avonds op de bank bedenkt dat er geen schoolbrood in huis is en dat de gymkleren nog gewassen moeten worden en dat ze morgen echt wél twee minuten hun tanden moeten poetsen. Maar ja. Zo is het nou eenmaal niet. Moeder zijn kun je niet even uitzetten. 


Wat het dichts in de buurt komt bij de oppas van mijn kinderen zijn, is om alleen met ze op vakantie te gaan. In een huis waar ik niet op hoef te ruimen, want over een week verlaat ik de bliksemse bende weer. En waar ik een week lang niet al te gezond hoef te koken, want vakantie. En waar we elke dag leuke dingen gaan doen. Wasmachines zijn er over het algemeen niet, heerlijk. Er is geen programma waar je je aan hoeft te houden en er zijn geen schoolopdrachten waar je over na hoeft te denken. Het enige jammere is dat je 's avonds nog steeds geen bier kunt drinken, in de kroeg tenminste, of goede gesprekken kunt voeren, maar ach. Daar ben je toch te moe voor als je alles in je uppie moet doen. Dat boek op de bank, dat zou de oppas ook doen. Dus dat mag dan eindelijk.





Zo kom ik toch altijd wel uitgerust, zij het op een andere manier dan ooit tevoren, thuis van een weekje alleen-op-vakantie-met-mn-trio. Omdat moeder een weekje vrij had en de oppas het overnam. En die vond fantastische hutten in het bos (meer een vrijstaande villa te noemen), kneep haar ogen tot spleetjes tegen de zon in, zocht paddenstoelen, at roze koeken in het bos en liet kinderen in de zee zwemmen terwijl dat natuurlijk veel te koud is. Maar ja, van de oppas mag dat allemaal lekker wel...

donderdag 24 november 2016

Wij



Eind november. Niet mijn lievelingstijd en tegelijk ook wel. Het is donker, koud en er is ellendig veel te doen. De tijd tikt veel te hard door, het eind van het jaar is al in zicht. Ik wil dat nog niet. Ik wil niet dat de juf mailtjes stuurt met daarin 'we tellen de komende vier weken af naar kerst'. Kerst is alleen leuk als het nog ver weg is en je kunt mijmeren over gezellige bomen, lekkere diners en warme haardvuurtjes. Kerst beleven is vooral van hot naar her racen en heel moe zijn. Ik ben er nog niet aan toe. Ik hou graag vast aan dit jaar. Aan wat we nu aan het doen zijn. Ik wil niet nog minder licht, nog meer kou en nog meer gedoe. Ik wil alleen schoentjes vullen. En stiekeme plannetjes verzinnen, grapjes, verrassingen. Voor ons, ons alleen. En terwijl ik zo mokkend achter mijn computer zit, keihard de stapels achterstallige administratie te negeren en de tikkende deadline van mijn boekhouder (lever je spullen van 2015 eens in...), begrijp ik mijn eigen gepeins ineens beter. Ik wil de rest niet. Wij zijn al genoeg. Wij zijn al met best veel. Wij zijn alles wat in mijn hoofd past. Is dat te weinig? Misschien. Misschien ook niet. Wat is er nou echt belangrijk aan die papieren? 
Kijk, ik weet ook wel dat je als modern mens geacht wordt ambitieus te zijn. Honderd ballen tegelijk in de lucht te houden. Een vette carrière maken, wereldreizen, je huis zo vorm geven dat het in een woonblad past en elke dag zo iets leuks beleven dat je er iets geweldig grappigs over op Instagram kan plaatsen, met honderden likes erop. Je zaakjes op orde hebben, de volwassen dingen gewoon doen. Ik weet het wel. Maar ik ben eigenlijk niet echt een toonbeeld van de nieuwe generatie. Modern? Bwaaaah, ik ben eerder nostalgisch aangelegd. Dus al dat ambitieuze gedoe, dat voelt in november allemaal als stroop. Plakkerig en zoet en niet om door te komen. 

Om maar ergens te beginnen zette ik me toe op een van de taakjes die ik normaal erg leuk vind om te doen: m'n foto's bewerken. De berg onbewerkte plaatjes is inmiddels schrikbarend hoog, dus ik gaf mezelf de herfstvakantie als overzichtelijk werkje. Wat zag ik? Die vakantie bestond alleen uit wij. Het was er fijn, buiten, zonnig, mooi en er stonden vijf hele leuke mensen op de foto. VIJF! Soms (meestal) kan ik dat nog steeds niet geloven. Dat ik eerst alleen was, toen de leukste man ter aarde ontmoette en dat we nu ineens een hele bende kinderen aanvoeren. Dat deze drie bijzondere mensjes bij ons horen. Onze eigen tribe. Van allerleukste mensen die er maar zijn. Het is dat het elke dag zo is, dat ze er elke dag zijn,  maar ik vind het overdonderend en onvoorstelbaar. Waar komen ze ineens vandaan? (Oke, dat weet ik heus nog wel. Bevallingen vergeet je ook weer niet zo snel.)    


Dat meisje, dat boven alles in de wereld staat en zelf wel bepaalt hoe het gaat en hoe zij het doet. Ik wou dat ik haar levensinstelling mocht lenen. 'Mamma, als ik iets wil, dan kan ik het.' En zo is het ook. Dat andere meisje, zo lief en zacht en dromerig en dwars als je iets van haar wil waar ze nog geen zin in heeft. Toen ze nog in mijn buik zat bedacht ik een egeltje voor op haar geboortekaart. En dat is precies wat ze is geworden: een mooi en scharrelend wezen. Aandoenlijk en graag buiten. Als er gevaar dreigt, rolt ze zich op tot een stekelbol. Een fijn mechanisme voor haar (voor mij nogal prikkelig om haar zo nu en dan te ontrollen). En dan ook nog dat immer vrolijke jongetje. Dat het de hele dag uitschreeuwt van enthousiasme. Dat alles begrijpt, alles mee wil doen en overal grapjes van maakt. Hij zorgt dat ik op deze donkere ochtenden wel mijn bed uit wil stappen, als hij me kusjes komt geven en vraagt 'Mamma, hoor jij nog mij? Kom jij uit bed? Dan gaat wij aankleden en pap maken.'




Wij, ik hou van ons. En vooruit, voor ons ga ik dan wel weer wassen, boodschappen doen, koken, opruimen, papieren in mappen stoppen, werken en al die andere dingen. Anders zijn wij ook niet leuk. En misschien moet ik maar eens een goede herfstwandeling gaan maken, dat helpt vast ook tegen herfstdepressies, ha!