Pagina's

Posts tonen met het label zeeland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeeland. Alle posts tonen

dinsdag 12 januari 2016

Fris en fruitig


Nieuw jaar, nieuwe kansen. Dat schijn je te moeten denken. Ik vind het alleen zo ontzettend jammer dat het nieuwe jaar met januari begint. Een niksige maand, met niksig weer, geen licht, geen hoogtepunten, het verjaren van mijn trouwe Timmerman daargelaten, maar die is in januari meestal nog decemberfeestmoe en zodoende wil hij nog net met tegenzin een stukje taart naar binnen werken, maar dat is het dan ook wel met de pret. Jan-nu-waar-ri. Bah. 

Zo zit ik me dus al elf hele dagen op te vreten dit nieuwe jaar. Mezelf een beetje opnieuw uit te vinden. Ik nam me natuurlijk tegen beter weten in van alles voor. Van het eindelijk verkrijgen van het goddelijke lijf dat ik voor mezelf in gedachte had, tot m'n huis zo grondig Marie Kondo-en tot er een woonmagazine langs kan komen, van een rustig en tevreden mens worden tot mezelf tot ongekende creatieve, intelligente, geïnspireerde hoogtes stuwen zodat ik nu maar eens zou gaan doorbreken. In wat weet ik nog niet precies. Maar het is er tijd voor, die doorbraak. Hmmhmm. En meer slapen. Ook dat. Eigenlijk was dat het enige voornemen dat ik hardop uitsprak en wel op 1 januari om 2 uur 's nachts. 'Ik ga naar bed.' Zo simpel en toch zo moeilijk.  Het is namelijk zo dat dit voornemen tot nu toe maar liefst een avond is gelukt. Ik lag om half elf in bed. Kon ik niet slapen, zul je altijd zien. Kortom: die voornemens maken januari nog erger dan ie al is. 

Misschien had ik het jaar ook niet zo manmoedig en overdreven fris moeten beginnen. Beetje de zee inrennen voor een verfrissend nieuwjaarsduikje, het is vragen om moeilijkheden. Helemaal omdat ik vlak na de legendarische woorden 'Ik ga naar bed,' het nodig vond de buikgriep van mijn dochter over te nemen. Mijn methode om deze narigheid te bestrijden was dit: geef je lijf een spartaanse optater, zodat ie uit koude shock weer functioneert naar behoren. Zo deden de Vikingen dat per slot van rekening ook (denk ik) of anders wel de roverhoofdman uit Ronja de Roversdochter. Die moest poedelnaakt in de sneeuw rollen, wat de freules nog steeds de grappigste scene vinden uit de hele film. 'Piemels! Wiebelpiemels!' giechelen ze elke keer weer vol ongeloof.

Nou goed, aan de koude Zeeuwse kust waren weinig roverwiebelpiemels te zien, wel een heel zielig hoopje freule dat op weg naar het strand nog wel zin had in een duikje, maar zich niet had gerealiseerd dat je dan midden in de winter in je badpak op het strand eindigt. Wat niet comfortabel is, maar berekoud. Ik begon het jaar dus met een daad die als pure kindermishandeling bestempeld zou kunnen worden: Ik rende met een heftig bibberend, trillend en snikkend kind op mijn rug honderden meters over het strand om haar in zee te gaan gooien.


Niet dat ze die duik van mij moest doen hoor. Maar ja, ze stond er nou eenmaal al in haar badpak toen alle mensen gingen rennen, dus wat had ik dan moeten doen?  Om haar daar blauwbekkend te laten staan vond ik nog zieliger. Al strompelend ontwaarde ik even later bij haar een  heel klein glimlachje, omdat het gewoon best geinig is om tussen honderden oranje mutsjes brullend naar een zee te rennen. Maar ja toen kwam die zee dus in beeld. Het hoopje mens verschrompelde nog verder. Ik zette haar met een voet in het water, greep de andere freule die manmoedig aan haar duik was begonnen, maar rechtsomkeert had gemaakt zodra ze een grote teen in het water had gestoken en van plan was om in haar badpakje heel erg kwijt te gaan raken tussen al die rennende mensen. Daar stond ik dan. 

Ik weet niet of het exemplarisch wordt voor dit jaar, maar mijn heroïsche duik veranderde al doende in een jammerlijke en zeer onaangename pootje baadsessie met twee woeste freules en eindigde in een onmogelijke worsteling om plakkerige, zanderige lijven in kledingstukken te wurmen die nooit meer leken te willen passen. Zucht. 2016. Ik heb zin in je. Een goede start is per slot van rekening het halve werk. 

maandag 4 januari 2016

Glittertje



Hij zit er weer op. De eerste maandag van het jaar. Ik had er onnoemelijk veel zin in, u kent mij. Lekker weer op tijd op, boterhammen smeren, schooltassen klaarzetten en iedereen weer in het ritme. Precies alle dingen waar ik van hou. Zucht. Het is gelukt hoor, ik leef nog, daar niet van, maar hóe?! 
Het begon al gisteravond. 23.00 uur. Bijna had ik me aan mijn goede voornemen gehouden, op tijd naar bed gaan. Voor de zekerheid wierp ik nog een blik in mijn agenda, die naar mijn weten een blanco maandag voor me in het verschiet had, wat goed uitkwam aangezien oppasoma niet kon. MAAR TOEN STOND ER OM 9.15 EEN INTERVIEW. Ik kreeg nog net geen hyperventilatie. En ik kreeg ook niemand meer te pakken. 
Dus. Maandagochtend. Gillende kinderen in kleren wurmen die ze niet aan willen, check. Pap maken die alleen uitgespuugd en over tafel gesmeerd wordt, check. Haren kammen bij gillende meisjes die per se geen staart in willen, maar wat toch moet in verband met mijn inmiddels diepgewortelde luizentrauma, check. En toen ook nog een oplossing verzinnen voor het oppas dan wel interview probleem. Bleek dat het best een uitkomst is een kiene freule in ons midden te hebben, die de dingen in het leven wel nauwgezet regelt: 'Mam, dan kun je toch gewoon de crèche bellen of hij daar niet even mag spelen?' Oh ja. En het kon nog ook. We waren ook nipt op tijd op school. Op de terugweg hoefde ik maar een noodmanoeuvre uit te voeren om niet onder een auto te komen, en werd ik maar een keer aangereden door een luid vloekende fietser, terwijl ik stil voor het stoplicht stond te wachten, dus het leek een rustige ochtendspits te worden.  

Bij het interview kwam ik maar een half uur te laat aan en verdwaalde ik maar drie keer in de krochten van Leidse Rijn, dus ook daar kreeg ik net geen zenuwinzinking van. De terugweg bleek nog ingewikkelder dan de heenweg, maar net voordat ik de dames weer van school moest ophalen, bleek ik weer in Utrecht te zijn. Overleefd. Hoppa. 


Op het schoolraam zat het dagverslag van de klas geplakt. Met van ieder kind een quote wat hij of zij over de vakantie had verteld. Ianthe was denk ik vergeten dat we naar een huwelijk, muziekfestival en dierentuin zijn geweest. Ik denk ook dat ze drie kerstdiners en een oud en nieuwsavond met vuurwerk niet echt bewust heeft meegemaakt. Haar vakantie in Zeeland, met wandelingen, nieuwjaarsduik en bezoek aan Middelburgse musea is blijkbaar niet gedenkwaardig geweest. Ze had niks verteld. Wat de grote freule zei? 'Ik heb een step gekregen, net als Maura.' Dus. Het klopte wel. Ze had een step uit een donker hoekje van een Zeeuwse kringloopwinkel gevist, gezorgd dat er een luttel bedrag voor hoefde te worden neergeteld door heel lief te glimlachen, om vervolgens twee dagen lang onaanspreekbaar en bloedfanatiek zo hard mogelijk rond te crossen. Een gouden vondst.




Toen ik haar vroeg of dat nou echt het enige was wat ze nog van de vakantie wist, zei ze beteuterd: 'Je mocht maar een verhaal vertellen. En ik wist even niet meer dat ik eigenlijk wat over Glittertje wilde zeggen. Want dat vond ik het leukst van de vakantie.' Savine kreeg namelijk naast de step ook een eigen pony deze vakantie. Glittertje. Of tenminste, ze benoemde hem tot haar bezit. Glittertje is namelijk een wilde shetland pony die in de Zeepeduinen woont. Maar innig bevriend raakte met de grote freule. Ze keken elkaar gedurende een kwartier liefdevol in de ogen, ze knuffelden, en Savine verloor haar hart. Maar het was wederzijds hoor. Het ponybeest liet zich alles welgevallen wat ons ponymeisje in de dop met hem uitspookte, innige knuffels werden gedeeld. Het afscheid was rauw en intens. Vele foto's moesten gemaakt worden 'voor boven mijn bed' en na de laatste aai liep de freule diep rouwend weg. Maar zo makkelijk kwam ze niet van haar nieuwe vriend af. Hij bleef maar achter haar aan wandelen. Zoals dat gaat in Penny's en Bianca boeken, uiteindelijk scheidden hun wegen toch, maar er werden zeer gemeende tranen geplengd in een stil duinpannetje. Glittertje. We zullen je nooit vergeten. Wacht op je hartsvriendin in de Zeeuwse duinen, ze komt je dit jaar hoe dat ook nog een keer (be) zoeken. 




 Op naar de eerste dinsdag van het jaar...

woensdag 18 november 2015

Van die momenten
















Soms wil ik, heel kinderachtig misschien, me opsluiten in mijn eigen luchtbel. De rest even vergeten. Dat gaat ook wel noodgedwongen, omdat het dagelijks leven gewoon doorgaat, ook al vergaat de wereld een paar uur rijden verderop in Parijs. Herman van Veen zong er een prachtig liedje over (dat ik vast al eens eerder deelde, maar ach): 

Ik wil niet dat de angst de overhand krijgt, ik wil niet hoeven denken als ik naar een concert ga, of met de trein 'wat als..?'. Ik wil het niet, maar mijn hoofd is in opperste staat van paraatheid. Ik schrik 's nachts wakker van schreeuwende mensen op straat. Ze schreeuwen al jaren onder mijn raam op de terugweg van het café,  maar ik sliep er al een tijdje doorheen. Nu niet. Elke nacht sta ik weer uit het raam te kijken of het allemaal wel goed gaat en of die knal mijn fiets is die omgetrapt werd, of toch iets anders. Niets helpt tegen die paraatheid, geen nieuwsartikel, herdenkingsgebaar, wijze woorden van een slachtoffer of nabestaande of columnist. En geen mens heeft wat aan mijn overprikkelde zenuwsysteem. Daarom kijk ik maar naar mijn kleine bubbel en wat voor moois daaruit komt. Dat helpt. Het ontzenuwt. Sterke kinderen in deze wereld grootbrengen, met liefde voor alles en iedereen om hen heen, dat is volgens mij wat we moeten doen. Het is in ieder geval mijn manier. 


Daarom wat plaatjes van gelukkige momenten, van ergens gewoon zijn, met elkaar. Het waren de laatste dagen van de herfstvakantie, m'n timmerlief was terug naar zijn werk, dus ik ging weer eens over tot een missie-alleen-op-vakantie-met-m'n-trio. We deden alleen dingen waar iedereen zin in had. Dat bleek een klimparcours te zijn door het bos, waar de grote freule zich als een aap door de bomen slingerde. Haar zus stond op de grond haar met  afgrijzen en open mond aan te kijken. Geen haar op haar hoofd dat zij ooit in een boom klimt, veel te hoog. Zij wandelde liever door naar het strand, waar we een hele middag van duinen rolden, kastelen bouwden, pootje baadden en uiteindelijk de zon zagen onder gaan. Terwijl we zo door de branding sjokten, verzuchtte Savine tegen mij 'Dit was denk ik het allerleukste van alle vakanties ooit.' Wat 'dit' was? Ik denk gewoon het zijn, het mooie licht, de zon, het strand, elkaar. Soms is er helemaal niks anders nodig om gelukkig te zijn, dan een hoofd dat gelukkig wíl zijn en van een moment kan genieten. 


donderdag 5 november 2015

Met je voeten in de klei (of blubber of zand of zee)


Van alle liefdes die ik heb, is mijn schoenenliefde wel een van mijn diepstgewortelde. Daar kan ik helemaal niks aan doen, het is een familiekwestie. Mijn moeder bezit onnoemelijk veel paar en mijn oma had al helemaal een kast vol pareltjes. Ik noem gouden muiltjes, ettelijke gevoerde laarzen met sleehak en van die heerlijke jaren zeventig instappers. Niet dat ik deze schoenen nog heb, want mijn moeder is ook gezegend met onstopbare opruimwoede. En zo gebeurde het (ja, nu ga je aan de publieke schandpaal genageld worden moeder!) dat zij zo maar, op een dag, uit mijn kamer thuis, een hele tas vol schoenen oppakte, en in een vuilnisbak smeet. Ja. Sommige mensen kennen geen genade. Ze had er ook nog een excuus voor; 'Ze waren je twee maten te klein.' Heel laag ja, om zo op mijn tante Sidonia minderwaardigheidscomplex in te spelen. Twee maten te klein, dat is een futiliteit als het om prachtig schoeisel gaat. 

(Dit is geen incident hoor. Mijn moeder vond ook de doos met negatieven van alle ALLE! foto's uit mijn jeugd onnoemelijk in de weg staan. En zette ze bij het vuilnis.) 




'Waar gaat dit heen?' hoor ik u denken. 'Dat mens zit over schoenen te wauwelen, terwijl ze plaatjes van het strand laat ziet. Ze is gek.' Ja, dat laatste zou kunnen kloppen, maar ik wil wel een punt maken. Ik heb namelijk een groot probleem. De kinderschoen. Het probleem doet zich voor op meerdere fronten. Ga er maar eens goed voor zitten. 

Punt 1. Er zijn maar weinig leuke kinderschoenenwinkels. De meesten verkopen meisjesschoenen met glitters en lampjes en jongensschoenen met klittenband en auto's erop. Dat vind ik lelijk. En het is een hele toer om te zorgen dat de freules geen lucht krijgen van zulk schoeisel.  

Punt 2. De leuke kinderschoenenwinkels hebben te veel mooie schoenen. Zeker zes paar per kind die ik subiet wil meenemen. Dat kan niet en wel door punt 3.

Punt 3. Leuke kinderschoenen zijn duur. Onbetaalbaar. Meestal zelfs duurder dan de dingen die ik in de uitverkoop voor mezelf uitzoek. En als ze er dan jaren mee zouden doen, zoals ik, zou het geen probleem zijn. Maar: 

Punt 4. Kinderschoenen worden gemiddeld vier maanden oud en worden zeker niet meer de eerbied behandeld die ze verdienen. Een tweeledig probleem dat ik derhalve in twee punten moet opdelen. Dus:

Punt 4.1: kindervoeten groeien te hard. Of te zacht. Of te onvoorspelbaar. Zo kunnen schoenen binnen een dag na aanschaf al te klein zijn. Of de schoenen op de groei blijven maar niet passen. Van die moonboots bijvoorbeeld, die dan midden in de zomer perfect vallen. 

 Punt 4.2 Kinderen lopen nooit op schoenen. Nee. Ze glijden erop door de gang. Ze rennen ermee, door de modder. Of door de klei, en stampen er mee in een plas. Ze laten ze lekker bungelen als ze op een loopfiets rijden. Daardoor zijn ze precies een uur na aanschaf al kaal bij de neus, zitten de veters onherstelbaar in de knoop of gaat een rits nooit meer open of dicht. 

Kort samengevat: ik heb slapeloze nachten als ik op vakantie ga, door de kinderschoen. Want waar ik prima met een paar de deur uit kan lopen, moet ik een heel strategisch plan opstellen voor mijn kinderschare. En eindig ik met drie x vijf paar (die mooie nieuwe, die lelijke buitenspeeldingen, warme sloffen, goede kaplaarzen en de lievelingsgympen) in een tas. Die ze natuurlijk nooit willen aantrekken. AAAAAAAARGH!










 Als ik dan in die berg mooie, vieze, te kleine en kapotte schoenen sta te graaien, vraag ik me voor de honderdduizendste keer af: hoe doen andere mensen dit toch? Hebben die maar 1 paar schoenen per kind en die gaan een heel seizoen mee en daar is iedereen tevreden mee? Of besteedt iedereen de helft van zijn inkomen aan een heel arsenaal aan schattige instappertjes, hippe sandalen, leuke laarsjes, en stoere gympen? En koopt iedereen altijd hele verantwoorde goeie schoenen met zo'n geweldig voetbed voor groeiende kindervoeten? Het zijn raadsels, waar ik volgens mij nooit antwoord op ga vinden. Hoe om te gaan met de kinderschoen? Schreef daar nou maar eens iemand een lekker zelfhulpboek over. 





Nu u weer een kijkje in mijn complexe psyche heeft gekregen, is het ook beter te verklaren waarom ik vaak even vakantie-buitenlucht nodig heb om bij te komen. De problemen, de problemen waarmee ik te maken heb!

(U ziet overigens: het oh zo heerlijke Zeeuwse strand, prachtig Middelburg in de herfst, een fantastisch kasteel en kinderen die genoeg hebben aan blote voeten of een paar kaplaarzen als ze maar lekker buiten in de bosjes kunnen spelen. Insert heel veel hartjes <3 <3)