Pagina's

donderdag 5 november 2015

Met je voeten in de klei (of blubber of zand of zee)


Van alle liefdes die ik heb, is mijn schoenenliefde wel een van mijn diepstgewortelde. Daar kan ik helemaal niks aan doen, het is een familiekwestie. Mijn moeder bezit onnoemelijk veel paar en mijn oma had al helemaal een kast vol pareltjes. Ik noem gouden muiltjes, ettelijke gevoerde laarzen met sleehak en van die heerlijke jaren zeventig instappers. Niet dat ik deze schoenen nog heb, want mijn moeder is ook gezegend met onstopbare opruimwoede. En zo gebeurde het (ja, nu ga je aan de publieke schandpaal genageld worden moeder!) dat zij zo maar, op een dag, uit mijn kamer thuis, een hele tas vol schoenen oppakte, en in een vuilnisbak smeet. Ja. Sommige mensen kennen geen genade. Ze had er ook nog een excuus voor; 'Ze waren je twee maten te klein.' Heel laag ja, om zo op mijn tante Sidonia minderwaardigheidscomplex in te spelen. Twee maten te klein, dat is een futiliteit als het om prachtig schoeisel gaat. 

(Dit is geen incident hoor. Mijn moeder vond ook de doos met negatieven van alle ALLE! foto's uit mijn jeugd onnoemelijk in de weg staan. En zette ze bij het vuilnis.) 




'Waar gaat dit heen?' hoor ik u denken. 'Dat mens zit over schoenen te wauwelen, terwijl ze plaatjes van het strand laat ziet. Ze is gek.' Ja, dat laatste zou kunnen kloppen, maar ik wil wel een punt maken. Ik heb namelijk een groot probleem. De kinderschoen. Het probleem doet zich voor op meerdere fronten. Ga er maar eens goed voor zitten. 

Punt 1. Er zijn maar weinig leuke kinderschoenenwinkels. De meesten verkopen meisjesschoenen met glitters en lampjes en jongensschoenen met klittenband en auto's erop. Dat vind ik lelijk. En het is een hele toer om te zorgen dat de freules geen lucht krijgen van zulk schoeisel.  

Punt 2. De leuke kinderschoenenwinkels hebben te veel mooie schoenen. Zeker zes paar per kind die ik subiet wil meenemen. Dat kan niet en wel door punt 3.

Punt 3. Leuke kinderschoenen zijn duur. Onbetaalbaar. Meestal zelfs duurder dan de dingen die ik in de uitverkoop voor mezelf uitzoek. En als ze er dan jaren mee zouden doen, zoals ik, zou het geen probleem zijn. Maar: 

Punt 4. Kinderschoenen worden gemiddeld vier maanden oud en worden zeker niet meer de eerbied behandeld die ze verdienen. Een tweeledig probleem dat ik derhalve in twee punten moet opdelen. Dus:

Punt 4.1: kindervoeten groeien te hard. Of te zacht. Of te onvoorspelbaar. Zo kunnen schoenen binnen een dag na aanschaf al te klein zijn. Of de schoenen op de groei blijven maar niet passen. Van die moonboots bijvoorbeeld, die dan midden in de zomer perfect vallen. 

 Punt 4.2 Kinderen lopen nooit op schoenen. Nee. Ze glijden erop door de gang. Ze rennen ermee, door de modder. Of door de klei, en stampen er mee in een plas. Ze laten ze lekker bungelen als ze op een loopfiets rijden. Daardoor zijn ze precies een uur na aanschaf al kaal bij de neus, zitten de veters onherstelbaar in de knoop of gaat een rits nooit meer open of dicht. 

Kort samengevat: ik heb slapeloze nachten als ik op vakantie ga, door de kinderschoen. Want waar ik prima met een paar de deur uit kan lopen, moet ik een heel strategisch plan opstellen voor mijn kinderschare. En eindig ik met drie x vijf paar (die mooie nieuwe, die lelijke buitenspeeldingen, warme sloffen, goede kaplaarzen en de lievelingsgympen) in een tas. Die ze natuurlijk nooit willen aantrekken. AAAAAAAARGH!










 Als ik dan in die berg mooie, vieze, te kleine en kapotte schoenen sta te graaien, vraag ik me voor de honderdduizendste keer af: hoe doen andere mensen dit toch? Hebben die maar 1 paar schoenen per kind en die gaan een heel seizoen mee en daar is iedereen tevreden mee? Of besteedt iedereen de helft van zijn inkomen aan een heel arsenaal aan schattige instappertjes, hippe sandalen, leuke laarsjes, en stoere gympen? En koopt iedereen altijd hele verantwoorde goeie schoenen met zo'n geweldig voetbed voor groeiende kindervoeten? Het zijn raadsels, waar ik volgens mij nooit antwoord op ga vinden. Hoe om te gaan met de kinderschoen? Schreef daar nou maar eens iemand een lekker zelfhulpboek over. 





Nu u weer een kijkje in mijn complexe psyche heeft gekregen, is het ook beter te verklaren waarom ik vaak even vakantie-buitenlucht nodig heb om bij te komen. De problemen, de problemen waarmee ik te maken heb!

(U ziet overigens: het oh zo heerlijke Zeeuwse strand, prachtig Middelburg in de herfst, een fantastisch kasteel en kinderen die genoeg hebben aan blote voeten of een paar kaplaarzen als ze maar lekker buiten in de bosjes kunnen spelen. Insert heel veel hartjes <3 <3)

dinsdag 3 november 2015

Ode aan de herfst- portretjes #10



Ik verzucht het al een week lang een paar keer per dag: 'Wat is het mooi he jongens?' Met het' bedoel ik dan alles. Het leven en dan vooral de herfstgetinte versie daarvan. De kleuren, de geuren, het licht, vooral dat gouden licht. Alles straalt een beetje. Wordt de beste versie van zichzelf. Ik krijg er maar geen genoeg van. 





Daarom sleep ik als een manische moeder, wanneer het maar kan, het hele gezin naar buiten. Zoals hier op de oude vliegbasis Soesterberg. Een open vlakte, de bomen op hun mooist, bergen tamme kastanjes en dus dat licht. Het was er perfect. Otto riep verrukt alle zweefvliegtuigen na, de meisjes klommen tot duizelingwekkende hoogtes op een soort stormbaan. En ik zoog alles zo diep mogelijk in mij op. De tijd mag heel even blijven stilstaan. 

 
En mag ik er nog heel even onbeschaamd op wijzen dat dit jongetje echt het aller, aller, állerliefste van de hele wereld is? Zijn onbesuisde enthousiasme, zijn eigenwijsheid, zijn allerbeste kusjes, zijn plannetjes en de uitvoering daarvan, zijn allesomvattende liefde, het is zo'n geluk dat hij al anderhalf jaar ons liefste Otto'tje is!

dinsdag 27 oktober 2015

Kleine avonturen


Afgelopen week was ik vaak gelukkig. Ik dronk koffie buiten zonder jas. Ik zag de zon in de zee zakken op een zeldzaam mooie manier. Ik assisteerde de tandenfee bij het ritueel onthalen van de eerste melktand van de grote freule die er (midden in een donkere tunnel in de auto op weg naar vakantie. Tja, sommige momenten heb je niet voor het uitkiezen.) uitviel. Ik wandelde. Ik zat in een duinpan. Ik at lekkere dingen die ik eigenlijk helemaal niet mag maar te lekker waren om niet te eten. (Ik noem en reuzenbokkenpoot. Ik noem twee reuzenbokkenpoten. Vers van de bakker. Je zou voor minder helemaal naar Zeeland rijden.) Kortom; ik had een zalige herfstvakantie. 




Vaak vroeg ik me af wat geluk nou eigenlijk is. Ik weet het antwoord niet. Maar ik weet wel dat elke keer dat ik dacht 'Sjongejonge wat ben ik toch gelukkig, het is toch niet te geleuven...' dat ik heel erg besefte dat ik zo'n geluk had. Dat het heus niet vanzelfsprekend is dat de zon schijnt, de herfstkleuren van het bos spatten en dat ik een hele week de tijd had om naar die drie enorm leuke kinderen van mij te kijken. Dat is geluk. 





Waar ik ook gelukkig van word, is hele kleine avonturen beleven. We proberen van elke wandeling een ontdekkingstocht te maken. Dat begint natuurlijk met kabouterhuizen zoeken. Of trollenhollen. Dat klinkt allemaal heel leuk en gezellig enzo, maar het is bittere noodzaak. Die ellendige freules houden namelijk helemaal niet van wandelen en zijn niet vooruit te branden. Tenzij je ze een sprookjesverhaal verkoopt, dat is het enige waar ze warm voor lopen. Dus: een grot! Kijk! Maar toen bleek de ingang van die grot iets heel anders te zijn. Een donkere tunnel van een bunker. Ik kroop erin met de dames. In plaats van het viezige hol dat ik verwachtte, kwamen we in een ingewikkeld gangenstelsel terecht dat maar eindeloos door bleef gaan. Ik kon gilletjes van plezier nog maar net onderdrukken. Een ondergronds bouwwerk! Onontdekt! Onder een enorme duin! Man, wat hou ik van dat soort verrassingen! 








En tegelijkertijd kon ik ook maar niet bevatten dat er een tijd geweest is dat wij hier in Nederland bunkers in de duinen moesten bouwen. Voor wat? Waarom? Wat is er gebeurd? En dat gedeelte van het verhaal wil ik dan weer helemaal niet weten. En hoe leg je zoiets uit aan twee kleine meisjes? Nu hadden we gewoon een verlaten, verborgen kasteel ontdekt, niet een oorlogsrestant. Noem me maar naïef.


En voordat iedereen denkt, gatver, heb je dat mens weer met al haar gelukzaligheid... ik was heus niet alleen maar gelukkig. Ook mokkig, onredelijk, kortaf, moe, boos, zonder zin in wat dan ook. Omdat de rest van het zooitje waarmee ik bivakkeerde dat ook regelmatig is. (Omdat ze na de ontdekking van dat ondergrondse kasteel ook weer naar huis moesten lopen. Helemaal zelf. Tis ook werkelijk godgeklaagd...) Gelukkig maar hè? Dat zoetsappige geluk maar ook altijd.

maandag 19 oktober 2015

Appelig

We zijn wat appelig de laatste tijd. We zijn namelijk druk bezig om met zijn vijven viertien-en-een-halve kilo's appelen te verorberen. Dat klinkt als een immense hoeveelheid. En dat is het ook. Alleen tijdens het plukken leek het mee te vallen, ieder een tasje. Wij stadse mensen zijn dat natuurlijk niet zo gewend he, live oogsten en dan een beetje hoeveelheden inschatten. Zo midden in de natuur enzo. 







Want wat een stadse gebeurtenis is die hele appelplukdag. Net als vorig jaar (klik) liep heel Utrecht uit om nou eens even met de laarzen in de klei een boerderijbeleving te ondergaan. Lekker idyllisch bloemen plukken en struinen over de boomgaard. En daar dan foto's van maken, omdat we met z'n allen zo fijn oer bezig zijn. Ondertussen onze kinderen uitgebreid onderwijzend over appels en dat ze aan een boom groeien en niet in een zakje in de supermarkt. Nou wisten onze moestuinkabouters dat al lang, maar die waren gewoon hebberig. Uit onze tuin kwam een miezerige aangevreten appel. Daar heb je niks aan. 



  

Viertien-en-een-halve kilo. Ik zeg het nog maar eens. Da's een berg. We maakten een lijstje wat je met zoiets doet. Elke week een nieuw appelrecept was mijn plan. Met een verlekkerende foto erbij, zodat ik uw allen hier op allerhande verukkelijke recepten kon trakteren. Maar weet je? De meeste appelrecepten zien er eigenlijk niet heel aantrekkelijk uit. Appelmoes bijvoorbeeld, waar we liters en liters van maakten en opaten, da's gewoon geel-bruine prut. Kun je in een leuk potje of pannetje presenteren, maar het blijft smurrie. Met een bruine zweem. Rode kool met appeltjes, leek een goed idee. Maar ik heb geen foto, ik was te druk bezig met het voorkomen van een permanente kleursverandering van mijn interieur, aangezien Otto het maaltje dusdanig smerig vond, dat hij er liever mee gooide. Ik maakte tarte tatins, appelpannenkoeken, appelmoes-pannenkoeken, gekarameliseerde appeltjes met vla en  allemaal waren ze op voordat ik ze op de foto had kunnen zetten. Alleen deze jongens kreeg ik aan het poseren: 


De appelflappen. Nou geloof ik niet dat iemand daar een recept voor nodig heeft (vouw in stukjes gesneden appel met rozijnen en kaneel in een plakje bladerdeeg)  dus daar ging mijn appelplan de soep in. Daar zeg je me wat. Zou dat lekker zijn? Appelsoep? Wie weet is het wel fotogeniek...