Pagina's

vrijdag 15 september 2017

Oh, de liefde!

Ooit schreef ik dit blogje (klikkerdeklik) over het feit dat ik vind dat iedereen moet trouwen. Maar dat is eigenlijk niet helemaal waar. Dat blogje schreef ik vooral omdat ik van mening was dat mijn bróer maar eens moest gaan trouwen. Het is alleen zo dat als zussen dat zo maar in persoon tegen hun broer zeggen, dan meestal het tegenovergestelde gebeurt. Ofwel ze willen nooit meer trouwen, ofwel ze nodigen je niet uit omdat je zo'n bemoeial bent, ofwel je woorden verdwijnen in het luchtledige en je broer spreekt een jaar niet meer tegen je. Dus ik dacht zo een slimme list te hebben verzonnen met dat blogje. En jawel. Het duurde even, (Hij moest per se een aanzoek doen op een besneeuwde bergtop waar zij eerst in katzwijm zou vallen voor zijn skikunsten en dat ze dan helemaal alleen op de wereld zouden zijn voor dé vraag. Streber...) maar het heeft verdomd goed gewerkt. Getrouwd werd er!

In juni hadden we een heus huwelijk met alles erop en eraan. Het was zalig. Zie hier een gelukzalige familieaangelegenheid waar ik schaamteloos allemaal foto's van op internet plaats omdat ze gewoon heel leuk zijn. En omdat we allemaal ons best hadden gedaan iets bij elkaar passends aan te trekken. We hadden zelfs onze haren gevlochten en nagels gelakt en nieuwe schoenen gekocht. En omdat we allemaal heel blij en gelukkig waren en zo hard lachten dat we kramp in onze kaken kregen, wil ik dat graag aan jullie laten zien. 








Niet alleen de meisjes waren in hun nopjes als bruidmeisjes. De hele familie was gemobiliseerd. Mijn moeder was voor de gelegenheid een dag ambtenaar van de burgerlijke stand geworden, ik mocht een handtekening zetten bij wijze van goedkeuring van het huwelijk. En in die rol van getuige mocht ik ook het bruidspaar toespreken. Ik dacht 'ik maak een grap en een grol, wens ze veel geluk, en klaar'. Maar zo simpel bleek het ineens toch niet te zijn. Want zoals ik al in dat vorige blogje over trouwen schreef :

Vier de liefde! Wat hoe bijzonder is het als je zo maar iemand tegenkomt in je leven die je nooit meer los wilt laten? Iemand die je ziet, je kent, je doorgrondt, je liefheeft, je snapt, je steunt, er voor je is. Ik denk dat dat een van de mooiste dingen is die je kan overkomen. 

het is dus een van de mooiste dingen die je kan overkomen. Daar kon ik niet even een flauw grapje over mijn kleine broertje bij gaan maken. Dat moest op zijn minst een literair meesterwerk worden, met heel veel diepgang en eyeopeners en het liefst ook met tranen van geluk. Moeilijk joh! Kon ik natuurlijk helemaal niet. Twee dagen voor het hele gebeuren, ik had eindelijk een pak gevonden waar ik niet moddervet in leek (wat ik wel ben, maar dat zag je niet zo goed in de spiegel van het pashokje) en ook nog schoenen waar ik zelfs op kon lopen, kreeg ik er bijna een paniekaanval van. Ik had al vijf uur naar een knipperende cursor op een leeg scherm zitten staren, bijna een huwelijks ABC'tje overwogen, en toen schreef ik het midden in de nacht in een keer op. Wie ik denk dat mijn broertje is, en hoe leuk hij geworden is dankzij zijn -inmiddels- vrouw, hoe leuk ik het vind dat ik er nu een (schoon)zus bij heb en ook allemaal ingewikkelde dingen hoe het leven als getrouwde mensen is.


Dat hele gepieker over die speech, de woorden die er uit voort kwamen en de tranen die er bij de bruid toch over vloeiden (yes!) vond ik eigenlijk nog wel een van de bijzonderste dingen van de dag. Wanneer zeg je je broer nou wat je van hem vindt, wat je van hem waardeert en hoe veel je van hem houdt? Nooit! Waarop ik weer tot dezelfde conclusie kwam als in die eerste blog: trouw allemaal! Daar wordt iedereen om je heen ook gelukkig van! 










En wil je zelf écht niet trouwen? Haal dan in godsnaam je broer of zus over om het wel te doen. Want dit was het leukste feestje ooit, bijna beter dan mijn eigen huwelijk. Nu had ik wel tijd om uitgebreid taart te eten, met al mijn ooms en tantes te kletsen, ongegeneerd hard te dansen omdat ik geen immense trouwjurk aan had en op afstand te genieten van alle liefde die het bruidspaar over zich heen gestort kreeg. Oh, de liefde...

Credits voor de laatste acht foto's gaan naar fotografe Raisa Zwart

woensdag 13 september 2017

Dierenfeestje

Jullie dachten natuurlijk, 'is ze nou nóg op vakantie? Of is ze ons helemaal vergeten?' Nee. Allebei niet. Vakantie ligt alweer vele regenbuien achter me, en vergeten doe ik jullie zeker niet. Kon ik maar een kabeltje op mijn hoofd aansluiten, waarop alle verhalen rechtstreeks naar dit blog stroomden. Dat je niet eerst je computer er voor hoeft te fixen. Of een nieuwe harde schijf moet kopen om je 40 gig aan onbewerkte vakantiefoto's op te stallen. Het is namelijk zo dat elk apparaat dat ik de afgelopen weken aanraakte er subiet mee ophield. Van de melkopschuimer tot de printer, van de bel tot office op mijn computer, van het kunnen bellen op mijn telefoon tot de auto midden op een kruispunt. Een mens zou van minder een zenuwtoeval krijgen. Maar zo langzamerhand beginnen dingen weer mee te werken. En zodoende dacht ik, laat ik jullie eens wat vertellen over dierentraktaties. 
Want natuurlijk zijn jullie en masse aan het aftellen tot het dierendag is. Hebben jullie de slingers al klaar hangen en zijn jullie je hoofd aan het breken over een lekkernij die je vier oktober aan je liefsjepiefsje (mensen praten altijd heel infantiel tegen hun huisdieren) kan presenteren. Ho! Stop! Zoek niet langer! Ik heb namelijk enorm leuke traktaties in de aanbieding. Tenminste als je een hond, konijn of pony hebt. Anders heb je nog steeds een probleem. Nu kan ik jullie compleet uit de doeken doen hoe je konijsjes maakt (haha, konijsjes. haha) of hondenkoekjes of een paardentaart. Maar dat hoeft helemaal niet, want je kunt ook even langs de Coop fietsen. Daar heb ik het in hun blad geschreven. Handig! (en als je het toch graag wilt weten, maar de Coop niet kunt vinden, dan moet je me even een berichtje sturen en dan krijg je het recept) 

Het grappige van al die dierentraktaties is, dat ze er eigenlijk best smakelijk voor mensen uitzien. Oke, het bevroren konijnenvoer niet zo, maar de suikervrije worteltaart voor pony's wel. En pindakaaskoekjes voor honden klinken ook niet vies. Niet dat het die dieren iets uitmaakt of het mooi is wat je ze voorschotelt, als je het maar kunt eten. En snel een beetje.


Het leukste aan deze klus was natuurlijk dat ik dieren moest vinden die de traktaties op wilden eten. Zoals Manus met haar kersverse veulen. Dolblij was ze met haar taart  de appeltjes die rond de taart lagen. De kleine freule begeleide het fotomodel vakkundig en zo kwam het dat ze per ongeluk toch ook in het blad stond. Maar dat snap ik volkomen. Zet dat kind naast een pony en ze begint te stralen. Daar wordt elke foto mooi van.

Nu klinkt dit alsof dit allemaal een makkie was he? Beetje een taart, koekjes en ijsjes maken, die aan een dier geven en daar een foto van maken. Maar ik werd er, na het plaatsen van dit stukje, fijntjes op gewezen dat ik helemaal niet een eerlijk kijkje achter de schermen van deze fotoshoot had gegeven. Door iemand die met veel plezier had staan aanschouwen hoe ik daar in het zompige veld op mijn knieën had liggen instrueren hoe de pony met veulen precies aan moest komen lopen, zonder dat er kinderen door het beeld liepen, hoe het eerste hapje genomen diende te worden zonder slagveld te creëren en zonder dat het kleedje van de strobaal waaide. Nogal een exercitie bleek. Want pony's die een taart krijgen, eten niet rustig en keurig, zodat je een foto kan maken van een mooie taart en blije pony. Nee ze ruïneren het verfijnde baksel binnen een seconde, door er hun hele bakkes in te duwen om vervolgens die enorme hap kwijlend en druipend naar binnen te werken. Bovendien bleek het voor kinderen die hun lievelingspony met veulen zien, nogal onmogelijk om niet recht voor de camera te gaan staan. En dat kleedje... Nou ja, wie verzint er dan ook om een kleedje op een strobaal midden in een weiland te leggen? En dat was dan alleen nog maar de paardentraktatie... 



Want die konijnenijsjes bleken ook niet geheel en al eenvoudig. Worteltjes worden slap zodra je ze in een vriezer stopt (duh) en konijnenvoer lost op tot een bruine derrie die niet zo fotogeniek is. Maar goed, die zeven kleine konijntjes die net geboren waren op de boerderij maakten veel goed. De konijsjes vielen goed in de smaak en dan vooral die slap geworden wortels die niet op de foto moesten. Maar nog even he,  z e v e n babykonijntjes. Die je op schoot kon nemen. En aaien. En vast kon houden. Alle vijf vielen we in katzwijm. We wilden ze. En we kregen ze. Twee haalden we eind deze zomer op om bij ons te komen wonen. Het fotomodel hierboven heet Bob en is nog steeds heel klein en vooral heel schattig. En dan hebben we ook nog Stippel. Maar ik zie geen stippels bij de konijnen op deze foto's. Dus of toen had ie ze nog niet. Of hij houdt niet van poseren, of van konijsjes. 



En dan hadden we ook nog en beetje geluk. Want ten tijde van deze fotoshoot, waren er alleen volwassen teckels als model voorhanden. Die bleken gewoon te kunnen luisteren en te zitten en te wachten met eten tot ik de foto genomen had. Best wel praktisch. Al bleken ze het best wel stom te vinden dat we de hele tijd koekjes voor hun neus zwaaiden zonder dat ze die op mochten eten. Eén miezerig exemplaar kregen ze voor hun knappe fotokunsten. Ja. Ik denk niet dat ik vrienden gemaakt heb.




Een paar weken later werden negen puppies geboren. N e g e n. Kunt u zich voorstellen wat dat met mijn hormonen doet? Als ik een babykonijn al niet kan weerstaan? Goddank hebben we nu niet ook nog twee honden. Of negen. Want als je ze eenmaal hebt vastgehouden wil je ze allemaal mee naar huis. Had ik daar gezeten met een halve kinderboerderij en een woedende kat die echt geen indringers blieft. Maar goed. Al die hondenkinders kan ik nu dus mooi trakteren op een zelfgebakken koekje. Want serieus. Wie wil er nou niet koekjes in de vorm van een botje of teckel? Al heb ik nog een beter plan. Ik moet natuurlijk al die treurige en rouwende huisdierloze mensen daarmee verrassen op vier oktober. Want die kunnen op zo'n nationale feestdag wel een opsteker gebruiken... 




dinsdag 11 juli 2017

De aardbeienhemel

 Natuurlijk zou ik eens kunnen beginnen met het bewerken en beschrijven van de duizenden foto's die ongeduldig op mijn computer staan te wachten om bekeken te worden. Zoals daar zijn alle foto's van vorig jaar vakantie. Maar dat kan ik ook niet doen. En gewoon weer eens bij vandaag beginnen. Want dat is namelijk wel haalbaar. En ik heb me voorgenomen vooral nog haalbare dingen in mijn leven te gaan doen. Scheelt een boel frustratie. Schijnt. 

Vandaag dus. Was een goeie. Mijn trio is gereduceerd tot duo, het aantal volwassenen dat zich met dat stel bezighoudt is ook gehalveerd. Of te wel: we zijn met z'n drietjes op Texel en we zijn helemaal de kluts kwijt omdat onze roedel niet compleet is. Ik dacht vanmiddag, liggend op een kleedje in de tuin zelfs: dit is zo rustig, zal ik anders eens een boek gaan lezen. Dat is natuurlijk een domme gedachte, want zodra ik het boek in handen had, was die rust alweer voorbij en vond Otto vooral dat ik moest voorlezen. En als ik dat niet deed, reed hij met z'n loopfiets over mij heen. Ook niet comfortabel. We gingen dus maar eens op pad. Na mijn gehele jeugd jaarlijks op Texel te zijn geweest, zijn er nog genoeg plekken die ik niet ken. Zo belandde ik vandaag bij de zelfpluktuin. Een paradijsje zo fijn. Wat zeg ik, het is de aardbeienhemel.


Niet dat we dit jaar gebrek hadden aan aardbeien. Ik schat dat er een kilootje of zeven van ons eigen landje kwam. We aten ons helemaal gek en maakten vele potten jam. Maar terwijl ik mezelf krom een halve hernia plukte onder een netje, vloekend zoekend naar rode aardbeien tussen het onkruid, begreep ik waarom aardbeien zo duur zijn. Het is een pokkeklus ze te plukken. Een probleem dat alleen in mijn moestuin speelt, zo begreep ik vandaag. Want professionele kwekers denken goed over dingen na en doen dingen voor het gemak op stahoogte. Nah, dat scheelt toch veel! Ze doen ook dingen met mest en constante irrigatie denk ik, want mijn god wat waren deze aardbeien groot! En lekker, dat ook.  Zo lekker dat Otto, gewend om in onze tuin een halve kilo in z'n mond te schoffelen terwijl hij plukt, dat vrolijk ook hier probeerde te doen. Het bewijs liep constant over zijn kin in de vorm van rood sap. 



Om deze diefstal enigszins goed te maken. dronken we nog maar een aardbeiensapje en aten we nog maar een aardbeientaartje in de idyllische bloementuin. En niemand gooide wat om en niemand mikte de taart in z'n shirt of in mijn haar, wat het al met al dus een heel geslaagde middag maakte. Dus schrijft het op, knoopt het in uw oren, of onthou het gewoon: plukt allen aardbeien in Oudeschild. Een gratis Texeltip van mij voor jullie. Want zo ben ik op vakantie. Toedeloe! 


maandag 12 juni 2017

Adem in en uit


Zo nu en dan dringt het besef  door. Dat ik al dertien jaar in hetzelfde huis woon. Al zeventien jaar in dezelfde buurt. Sterker nog, al zeventien jaar met dezelfde man. Terwijl ik groots en meeslepend ging leven. Zo zie je maar. Dat soort dingen moet je je met je jonge kop niet voornemen, maar doen. Kortom, ik zit hier een partijtje ingekakt en burgerlijk te zijn. En heb wel weer eens zin in grote veranderingen. (Alsof drie kinderen krijgen niet al verandering genoeg is. Manisch mens dat ik ben...) Nu stort ik mezelf eens in de zoveel tijd op Funda. Op zoek naar dat Pippi Lankoushuis met veranda dat ik altijd al wilde. Of die verlaten villa op een eigen landgoed. Dat fantastische stadshuis mét toren en verwilderde tuin erachter. Of die idyllische boerderij waar alles anders zou kunnen worden. Maar ja. Nog altijd woon ik hier. Want ik vind het allemaal niks. Te ver, te niks, te duur, te tja, ehm praktisch. 


Maar gillend gek word ik ook in dit stadshuis met stadstuin (lees ommuurde gevangenis plek waar je jezelf kunt luchten). Ik weet het, dit is klagen, want we hébben een tuin. En een balkon. En een huis waar we inpassen. Maar ja. Niet 200 m2 moestuin aan huis. En dat vind ik toch wel een eerste levensbehoefte. Om te kunnen ademen. Want ik weet niet hoe andere mensen met drie kinderen dat doen, maar als ik die kinderen niet naar buiten kan schoppen, dan plak ik ze echt nog een keer achter het behang! Ze slopen alles, maken ruzie, en als ik op plek één aan het opruimen ben, hebben ze op plek twee alles uit de kast getrokken. Volgens mij kun je alleen zielsveel van je kinderen houden, als je ze ook af en toe weg kunt sturen. En dan bij voorkeur niet naar een verlaten speeltuin waar ook junks hangen. Maar naar een tuin die daar geschikt voor is. 

Dus zolang dat landgoed nog niet aan mijn huis zit, gaan wij wel naar dat landgoed toe. En echt, binnen vijf minuten is de stoom uit  mijn oren vervangen door wat lieflijke pluimpjes rook. Zie ik iedereen ontspannen en kunnen we elkaar weer oprecht zeggen hoe lief we elkaar vinden. Hoe minder ik dan tegen het trio zeg, hoe leuker ze de wandeling gaan vinden. Bloemen plukken, sprinkhanen vangen, en spontaan 'Wie komt er in mijn huisje?' doen. Nou ja. Net echt gezellig toch?






Nou goed. Voorlopig zingen we het zo wel uit. Door de week in de stad, in het weekend bij voorkeur in het groen. Mocht je nou een tip hebben voor dat landgoed dat te koop staat? Ik hou me aanbevolen. Ook voor de miljoenen die zoiets kost. Te gekke plannen om samen een landgoed te gaan beginnen zijn ook meer dan welkom trouwens! Hoe leuk zou dat zijn? *En zo droomde ze weer verder...* 

dinsdag 9 mei 2017

Als het vuur aangaat


Het was er even niet meer. Het schrijven, het verhalen vertellen, de zin. Het was op. Voor het eerst ooit. Ik vond het verschrikkelijk. En het was ook heerlijk rustig. Dat ik iets minder van mezelf moest. Dat ik gewoon om elf uur naar bed mocht omdat ik niet nog hoefde te tikken. Maar weet je, zonder verhalen is de wereld minder mooi. Zijn de dingen die gebeuren alleen momenten in tijd. Vliegt alles voorbij zonder dat je het vast kunt prikken. Is alles vluchtig. 

Vorige maand zat ik op de fiets. Gewoon net als altijd, regen, krat vol tassen, drie kinderen erop gedrapeerd. En toch helemaal anders. Waar ik al tijden door stroop trapte, zuchtend en zwoegend me erdoor heen duwde, was het ineens licht. Ik kwam vooruit. Alsof iemand op een knopje had gedrukt. Mijn geluksknopje. Waar alle vreugde in zit. Ik had weer zin in dingen. Regelde drie vakanties in een week. Kreeg mijn werk af, en een heleboel nieuw werk binnen. En deed zo nu en dan weer eens een dansje in de kamer. Omdat het kon. 



Eerst vertrouwde ik de boel niet. Dingen die moeilijk zijn, kunnen toch niet in een klap omslaan? Maar het is zo. Het is er nog steeds. Het laait. Van binnen, en het moet er weer uit. En toen keek ik net eens naar mijn foto's. Die altijd nogal random zijn van alles wat ik zie. Er zat een thema in. Ik heb nogal veel fikkies gestookt de laatste tijd. Heel veel vuur. Thuis in de kachel, op de camping waar we er een weekend lang bij zongen en op kookten, een metershoog paasvuur en ook de meivakantie sloten we af met een zinderend hete fik in een ton. En verhalen en gezang. Naast dat ik er uitzinnig blij van werd, ontroerde het me. Elke keer. Het hypnotiserende van vlammen, de hitte, het verzengende. Je moet het blijven voeden, opporren.





En dat is het. Na een paar jaar zwoegen om een gezin op poten te zetten, had ik me erbij neergelegd. Dat zo het leven is, met kaders en gebaande wegen. Ik porde mezelf niet meer op, ik hield mezelf net brandend, zonder te voeden. En ware het niet dat deze beeldspraak te voor de hand liggend is, daarmee brandde ik langzaam op. Ik weet niet wat ik heb gedaan, behalve het maar voor mezelf benoemen, maar het is nu niet meer zo. Ik voelde het vorige week, toen ik voor het eerst in jaren mezelf weer eens een week week op kamp stortte. Dat ik het nog kon. Zorgeloos zijn als een negentienjarige. Zorgelozer zelfs, want duizend maal sterker en misschien zelfs wijzer dan toen. Met minder twijfels en meer richtlijn. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen. 


Het gevoel dat je terug in de tijd kan, dat je een oude ik kunt hervinden, het is, ik weet niet, alsof ik door al mijn barrières heen ben gebroken. Dat alle mogelijkheden weer openstaan. Maar het kan ook gewoon zijn dat ik high ben van een week slaapgebrek. Ja, weet ik veel. Wat maakt het uit. Er is maar een waarheid, en die zit in dit liedje dat ik ook deze week zong:

'Als het vuur aangaat, als het vuur aangaat, dan doen we hele leuke dingen. Zoals heel veel liedjes zingen. Er wordt een mooi verhaal verteld.'

En zo is het. Laten we meer fikkie stoken.