Pagina's

donderdag 24 november 2016

Wij



Eind november. Niet mijn lievelingstijd en tegelijk ook wel. Het is donker, koud en er is ellendig veel te doen. De tijd tikt veel te hard door, het eind van het jaar is al in zicht. Ik wil dat nog niet. Ik wil niet dat de juf mailtjes stuurt met daarin 'we tellen de komende vier weken af naar kerst'. Kerst is alleen leuk als het nog ver weg is en je kunt mijmeren over gezellige bomen, lekkere diners en warme haardvuurtjes. Kerst beleven is vooral van hot naar her racen en heel moe zijn. Ik ben er nog niet aan toe. Ik hou graag vast aan dit jaar. Aan wat we nu aan het doen zijn. Ik wil niet nog minder licht, nog meer kou en nog meer gedoe. Ik wil alleen schoentjes vullen. En stiekeme plannetjes verzinnen, grapjes, verrassingen. Voor ons, ons alleen. En terwijl ik zo mokkend achter mijn computer zit, keihard de stapels achterstallige administratie te negeren en de tikkende deadline van mijn boekhouder (lever je spullen van 2015 eens in...), begrijp ik mijn eigen gepeins ineens beter. Ik wil de rest niet. Wij zijn al genoeg. Wij zijn al met best veel. Wij zijn alles wat in mijn hoofd past. Is dat te weinig? Misschien. Misschien ook niet. Wat is er nou echt belangrijk aan die papieren? 
Kijk, ik weet ook wel dat je als modern mens geacht wordt ambitieus te zijn. Honderd ballen tegelijk in de lucht te houden. Een vette carrière maken, wereldreizen, je huis zo vorm geven dat het in een woonblad past en elke dag zo iets leuks beleven dat je er iets geweldig grappigs over op Instagram kan plaatsen, met honderden likes erop. Je zaakjes op orde hebben, de volwassen dingen gewoon doen. Ik weet het wel. Maar ik ben eigenlijk niet echt een toonbeeld van de nieuwe generatie. Modern? Bwaaaah, ik ben eerder nostalgisch aangelegd. Dus al dat ambitieuze gedoe, dat voelt in november allemaal als stroop. Plakkerig en zoet en niet om door te komen. 

Om maar ergens te beginnen zette ik me toe op een van de taakjes die ik normaal erg leuk vind om te doen: m'n foto's bewerken. De berg onbewerkte plaatjes is inmiddels schrikbarend hoog, dus ik gaf mezelf de herfstvakantie als overzichtelijk werkje. Wat zag ik? Die vakantie bestond alleen uit wij. Het was er fijn, buiten, zonnig, mooi en er stonden vijf hele leuke mensen op de foto. VIJF! Soms (meestal) kan ik dat nog steeds niet geloven. Dat ik eerst alleen was, toen de leukste man ter aarde ontmoette en dat we nu ineens een hele bende kinderen aanvoeren. Dat deze drie bijzondere mensjes bij ons horen. Onze eigen tribe. Van allerleukste mensen die er maar zijn. Het is dat het elke dag zo is, dat ze er elke dag zijn,  maar ik vind het overdonderend en onvoorstelbaar. Waar komen ze ineens vandaan? (Oke, dat weet ik heus nog wel. Bevallingen vergeet je ook weer niet zo snel.)    


Dat meisje, dat boven alles in de wereld staat en zelf wel bepaalt hoe het gaat en hoe zij het doet. Ik wou dat ik haar levensinstelling mocht lenen. 'Mamma, als ik iets wil, dan kan ik het.' En zo is het ook. Dat andere meisje, zo lief en zacht en dromerig en dwars als je iets van haar wil waar ze nog geen zin in heeft. Toen ze nog in mijn buik zat bedacht ik een egeltje voor op haar geboortekaart. En dat is precies wat ze is geworden: een mooi en scharrelend wezen. Aandoenlijk en graag buiten. Als er gevaar dreigt, rolt ze zich op tot een stekelbol. Een fijn mechanisme voor haar (voor mij nogal prikkelig om haar zo nu en dan te ontrollen). En dan ook nog dat immer vrolijke jongetje. Dat het de hele dag uitschreeuwt van enthousiasme. Dat alles begrijpt, alles mee wil doen en overal grapjes van maakt. Hij zorgt dat ik op deze donkere ochtenden wel mijn bed uit wil stappen, als hij me kusjes komt geven en vraagt 'Mamma, hoor jij nog mij? Kom jij uit bed? Dan gaat wij aankleden en pap maken.'




Wij, ik hou van ons. En vooruit, voor ons ga ik dan wel weer wassen, boodschappen doen, koken, opruimen, papieren in mappen stoppen, werken en al die andere dingen. Anders zijn wij ook niet leuk. En misschien moet ik maar eens een goede herfstwandeling gaan maken, dat helpt vast ook tegen herfstdepressies, ha!

maandag 14 november 2016

Oh die goede oude Sint!

Jongens heb je het al vernomen? Tralalalie, tiralalala,
Sinterklaas is aangekomen, Tralalalie, tiralalala,
Laat ons zingen hand in hand,
Sinterklaas is weer in't land,
Tralalalie, tiralalala Tralalalie, tiralalala...

Ik weet zeker dat u allen dit zingend hebt gelezen. Zéker.
En beter kan ik het niet zeggen: Laat ons zingen hand in hand, Sinterklaas is weer in't land!
Want ook al worden gekken de baas aan de overkant van de oceaan, ook al ruziën grote mensen op grond van misverstanden, woede en argwaan over zaken als de kleur van een magisch figuur, Sinterklaas is weer in het land. En dat vieren we hand in hand. Wat je ook vindt.
Na een prachtavond op vrijdag waarop we een andere Sint eerden met lichtjes, lampionnen en mooie liedjes, moesten we zaterdag alweer omschakelen naar de échte Sint, zoals de freules het voor zichzelf uitlegden. Die Sint die niet dood is. Oh man, de vreugde toen de doos vol verkleedkleren en mooie spulletjes naar beneden kwam, was groot. De grote freule bouwde een enorm pieterparcours in de woonkamer, de kleine freule  trok de kachel open om daar handen vol as te pakken voor wat roet. (...) En het kleinste Pietje in huis bleek alles van vorig jaar nog te weten.

We keken ademloos het Sinterklaasjournaal en ik slikte wat bezwaren en mitsen en maren door, toen ik zag hoe de kinderen keken. Die zagen een piet die niet door de schoorsteen durfde, dus wit was met een ring, een piet die niet zo vaak door de schoorsteen ging en huispiet. Klaar. Niks meer aan doen. Prachtig, heerlijk, helemaal goed. Op een ander moment ga ik u uitleggen dat het waanzinnige idee van een pietenpretpark, het gebruik van het woord schmink en krankzinnig gekleurde pieten te zot voor woorden zijn. En dat de scriptschrijver van het journaal niet zo debiel moet doen door er 'voor ieder wat wils' in te willen stoppen. Maar goed. Eerst de intocht.
Daar hadden we namelijk onnoemelijk veel zin in. Onnoemelijk. Ondragelijk bijna. Savine haalde een verrekijker van zolder, om er zeker van te zijn dat zij Sint als eerste zou zien. Ze knalde bijna uit elkaar van ongeduld. Dat doet ze vaker. Maar ach, dat arme kind. Alles zal en moet ze in zich opnemen. En terwijl ik zo naar de wachtende menigte keek, merkte ik dat ik alerter was dan ik ooit in mijn leven ben geweest. Dat vond ik stom. Heel erg stom. Ik heb vertrouwen in mensen, dacht ik. Maar ik vroeg me ernstig af wat die twee donkere pubers met een plat Utrechts meisje nou toch deden bij de intocht, op hun plekkie helemaal vooraan bij het hek. Het bleek genieten te zijn. Ze lachten vertederd naar mijn kinderen en mij, deinden wat mee, op een manier waarop coole pubers dat doen. Ze stonden daar om de intocht te kijken. Wat had ik dan gedacht?

Vervolgens kwam een man met zwaar buitenlands accent naast mij staan. Heel dichtbij. Zo dichtbij dat ik het niet zo fijn meer vond. Maar dat deed hij omdat hij dan Sinterklaas kon zien. En mij, bijna een zoen gevend, in mijn oor kon roepen: 'Vandaag is een feestelijke dag!'




En zo is het. Een feest. Met de komst van Sinterklaas is een klein beetje van mijn geloof in de mensheid teruggekomen en vallen elke dag hopelijk meer vooroordelen, argwaan en irreële angsten van mij, van ons af. Laten we dat vieren! Zoals ik hoorde van iemand die de goede oude man erg goed kent,  dat het geweldig is om zoveel verbondenheid en vrolijkheid bij kinderen en volwassenen te zien. En om te voelen. Want ik stond natuurlijk als vanouds te grienen terwijl ik als een waanzinnige naar een boot vol pieten zwaaide. En zo hoort het.




dinsdag 8 november 2016

Twee violen en een traktatie en een taart

Je zou zeggen dat je er met een beetje spetterend kinderfeestje wel bent, wat verjaardagen betreft. Maar nee. Een jarige heeft ook nog (zelfgemaakte) kado's nodig, feestkleding, een traktatie en een grote mensenfeest. Zie hier. Dat alles. Van ons driedaagse-degrotefreuleisvijf-festival. Eigenlijk is het krankzinnig. Dat hele twee violen en een traktatie en een taart gebeuren... 
Maar kijk nou. Voor dat blije hoofd doe je dat dan allemaal... 
Dus daar gingen we. Aan al onze zelfopgelegde tradities voldoen. 1. het verjaardagsshirt. Check. Zie hierboven. De uitvinding van de eeuw: de Timmerman vormpjes laten snijden. Kan ie knettergoed. Scheelde zo weer een uur nachtrust. 2. Nieuw stekertje in de verjaardagsring. Check. Hierboven zet ze hem erin. Heerlijk als ze zich er zo op verheugen.
3. Verjaardagskleren/ kleine kadootjes/ ontbijt met croissantjes/ verjaardagshaar check. Pff, maar gelukt. 
4. Hét ding. Ons zelfgemaakte kado. Ik had een best wel goed idee. En de Timmerman is echt best wel goed in het uitvoeren van moeilijke projecten. Dus zo konden we ineens weer een levensgroot object aan onze woonkamer toevoegen: de kromme plank. Of te wel, een soort Wobbel . Een fantastisch concept en een instant hit bij de kinderen. Dus heb je geen geniale Timmerman in huis lopen die heel veel flinterdunne latjes op elkaar lijmt en dan om een mal spant, bestel er dan een. 
Hier hebben ze de hele dag ruzie om wie er aan de beurt is, er worden elk uur talloze tenen en vingers geplet in de strijd, maar vooral er wordt heel veel gestunt! Van wiebelend 'planken' (dit wordt de nieuwste sportschooltrend, mark my words) tot liggend schommelen tot extreem 'surfen'. Het is fantastisch. Ik wil er ook een.



5.Taart eten met met opa's en oma's en ooms en tantes en andere lieve mensen. Ook check. Dat was heel feestelijk en geinig, want we mochten ook met het nieuwe speelgoed spelen. En ik liet de Timmerman de taarten bakken. Zo sprokkelde ik zowaar weer wat uurtjes slaap.
6. En dan moest er ook nog getrakteerd worden. Dat was leuk, want daarvoor maakten we iets uber nostalgisch. Vlinderwafeltjes! Een traktatie zoals mijn moeder hem vroeger voor mij maakte. Al jaren liep ik met het plan in mijn hoofd om die herinnering van vroeger nu nieuwe leven in te gaan blazen. Dat zou moeten kunnen, want al sinds ik op kamers ben gegaan, verhuist het gietijzeren vormpje en het handvat met me mee. Waar een ander het al twintig keer weggegooid zou hebben wegens ondefinieerbare troep, wachtte ik op het juiste moment om het te gebruiken. Na achttien jaar dus, toen ging ik maar eens googelen op recepten. En jawel! Ik vond iets dat op een recept leek op een nogal extreem enge en gladde site. Waar kookfilmpjes op staan waarin ze vertellen dat hun hippe geschenk verkrijgbaar is in een 'luxe casette'. Nou dan weet je het wel. Daar krijg je meteen zin van om wafels te bakken. Het ding dat ik heb is bepaald niet hip, maar wel degelijk super truttig. Zoals het hoort als het om keukengerei gaat.   


Zo kwam het dat we op Ianthe's oudejaarsavond een soort variant van oliebollen stonden te bakken. Vlinderwafeltjes dames en heren, knoop die in je oren. Ze gaan groot worden, wat ik je brom. Lijken heel veel werk, smaken heerlijk, kinderen vinden ze prachtig en het is dus eigenlijk helemaal niet veel gedoe om er zo dertig uit de pan te toveren. Willen we allemaal, indruk maken met weinig moeite. Bij deze. Mijn tip.  

Dat was het dan. Ik was van plan me eigenlijk niet meer te verroeren tot, zeg, eerste kerstdag. Maar ja. De leven. Daar staat morgenavond afzwemmen op het programma en vrijdag sint Maarten en zaterdag een etentje en zondag de intocht van Sinterklaas, en volgende week... Nou ja. Zonder hier u mijn complete agenda door de strot te duwen, begrijpt u het wel. De leven is druk. En meestal nogal feestelijk. Vooral dat laatste, onthou dat.

Hoera voor de liefste kabouter!



In de wereld van triviale zaken als kinderfeestjes kun je je enorm verliezen. Herstel, daar kunnen sómmige mensen zich enorm in verliezen. De meeste ouders proberen kinderfeestjes vooral te overleven. Helaas behoor ik niet tot die categorie. Ik ben die manische moeder. Die je haat. Omdat ik de lat veel te hoog leg. Ongelofelijk irritant. Ook voor mij hoor. Want behalve dat ik het heerlijk vind om me op kinderfeestjes te storten, word ik er ook best wel moe van. Maar ja. Ik kan het niet helpen. Dus daarom bevond ik me dit weekend in een soort levensgroot kabouterland. Mijn eigen schuld.


Maar weet je hoe leuk het was om met een roedel kinderen met puntmutsjes, capejes en knapzakjes op pad te gaan? Tis dat ik het enigszins druk had om acht kabouters in bedwang te houden, anders was ik uitgebreid een potje gaan grienen van geluk. En met dat in bedwang houden viel het trouwens alles mee. De kleine freule heeft een groepje vrienden om zich heen verzameld dat net zo lief en vertederend is als zij zelf. En blijkbaar net zo graag meegezogen wordt in een kabouterschattenwereldje. Ik wist niet dat het bestond, zulke zoete kindertjes. Hele andere koek dan die enorme zus, die zeg maar altijd nogal aanwezig is. Lees maar hoe ze vorig jaar in staat was om nogal hekserig het hele feestje bij elkaar te schreeuwen. (En dat ik net bezig was precies dezelfde blog als toen te schrijven. Met dat moe zijn en doorslaan en sint maarten en sinterklaas. Ik voel een patroon. Volgend jaar zal het niet veel anders zijn...)

Maar die heksenzus, daar moesten we dus iets mee. Die kan er niet goed tegen om niet in het middelpunt van de belangstelling te staan. En zie daar de oplossing: zet haar in het middelpunt der belangstelling. Geef haar een rol!

Nou heb ik in mijn leven al met heel veel kinderen 'gespookt' en een rol gespeeld, maar dit had ik nog nooit meegemaakt. Waar de meeste kinderen van te voren vol met goede ideeën en verhalen zitten als ze een figuur mogen spelen, kunnen ze op het moment suprême alleen nog wat gestamel uitbrengen. Heel logisch. Een enkeling daargelaten. Die kan nog wat ingestudeerde zinnen declameren. Maar dit kind... Ze wás haar rol. Ze was geweldig! (mijn compleet objectieve mening) Ze was nauwelijks ingesproken, ze hoefde eigenlijk er alleen maar een beetje te zijn (en vooral niet in de weg te lopen en te gillen) maar nee, er was een figuur. Een echte, vol verhalen. Sterrennacht zong voor ons. Vertelde ons kabouterverhalen. Verzon spontaan keigoede spelletjes. Regelde de boel. Zette de kabouters op de goede plek, fluisterde lieve woordjes in het oor van de kinderen die niet zo goed wisten wat ze er mee aanmoesten. Ze blies me omver. Ik ben zelden zó trots geweest. Daar kunnen geen eerste stapjes, eerste woordjes en zwemdiploma's tegenop!
Terug naar het feestvarken zelf. Die genoot. Van Floxol, de neef van de kabouters die ons kwam helpen om kaboutermagie te krijgen. Van de schatten die we vonden. Van de spreuken die we leerden. Van de walnoten die we goud toverden. Van de briefjes die overal opdoken. Van de goudklompjes en parels die we op moesten eten om net zo goed te horen en zien als kabouters. En van de stenen die voor moed en kracht zorgden. Met knapzakken vol spullen namen we Floxol en Sterrennacht mee naar huis om paddenstoelen en schattendoosjes te gaan versieren. De kaboutermagie had ons toen al lang overgenomen. Wat een geluk dat elk kind naar huis ging met een eigen kaboutertje en een zakje met een eigen edelsteen om zo altijd die magie weer te kunnen voelen!


Tot zover het hele fijne feestverhaal. Zo lieflijk dat het jullie waarschijnlijk je neus uitkomt. Dan zal ik nu vertellen dat het allemaal heel wat lijkt, maar dat we het echt, echt, écht in elkaar geflanst hebben. Hier volgt het doe- het- zelf stappenplan voor dummies voor een geslaagd kabouterfeest: 

1. Schrijf een week van te voren, binnen een half uur, een scriptje met het verhaal. (Er komt post van een kabouter, willen jullie mij helpen? zoek kaboutermagie, ga naar buiten, vind schatten, doe een spelletje, eet een magisch steentje, ga naar binnen, knutsel, eet poffertjes. Einde. Wijn.) 
2. Bestel mooie spulletjes bij mensen die daar tijd voor maken en dat met veel liefde doen. (Ik bestelde ik die prachtige schattenzakjes hier.)
3. Loop de dag voor het feestje een rondje door mijn huis om daar alle schatten (steentjes, dennenappels, belletjes, veertjes, ondefinieerbare Action frutsels) te voorschijn te trekken die hier hoog opgetast in lades en kasten liggen. (Dit kan ook in je eigen huis als je net als ik altijd mooie dingen rotzooi verzamelt en al maanden een fuck-Marie-Kondo-houding bezigt.). 
4. Ga langs een vriendin met een nogal excentrieke kledingsmaak om wat tovenaarskleren uit haar kast te vissen.  
5. Krijg de avond van te voren een aanval van gekte door er van overtuigd te raken dat het heel essentieel is om voor alle kinderen een kabouter te vilten. (Die aanval had ik. Die is niet per se nodig. Maar ik heb al twee weken een nieuwe hobby: plukken wol omtoveren tot iets, ehm met vorm. Maar door anderhalf uur wat lukraak in het rond te prikken met een verdomd scherpe naald (au), waren er zowaar wel ineens negen kabouters.)
6. Schrijf wat kabouterbriefjes en leuter daarin over magie, schatten, steentjes en de natuur. Er hoeft eigenlijk niet eens echt iets op te staan, want vijfjarigen kunnen toch niet lezen. Verzin je het lekker ter plekke als je tijd tekort komt.  
Zo. Dan ben er er bijna. Verkleed  je man als een soort kabouter en zeg dat ie een spreuk moet verzinnen. Kan iedereen toch?

Jaja, hoor ik u allen denken. Tuurlijk. Rot op. Met je schatten en zelfgemaakte kabouters. En die outfits dan? Dat moet wéken werk zijn geweest. Haha. Nee. Maar echt. Nee. De mutsjes knipte ik in tien minuten uit stukken vilt (lag gewoon in de kast) en zette ze met dertig seconde stikwerk op de naaimachine aan elkaar. De capejes? Dat zijn geen capejes. Dat zijn stukken stof die ik ter plekke uit een grote lap knipte en om de schouders knoopte. En vooruit, de knapzakken daar zat een piepklein beetje moeite in. Op de terugweg van school lag er een takkenberg bij het vuilnis. Daar moest ik helemaal voor stoppen en negen takken eruit vissen. Toen heb ik ook nog een tafelkleed in stukken geknipt en aan die takken geknoopt. Herstel, laten knopen door de timmerman. Die vond dat een takkenwerk. Daar heeft u een punt.
Nee, de grootste moeite van het hele feestvieren vind ik het opruimen van mijn huis... Ik bedoel, je kunt die kinderen en ouders toch moeilijk in het hol ontvangen waarin wij onze weekenden normaliter slijten? Vol speelgoed, zakken oude kranten, overvolle kapstokken, gangen vol gereedschap, metershoge stapels afwas en aangekoekte pannen en op willekeurige plekken in de woonkamer loopfietsen dan wel heelies dan wel skates? Met de moed der wanhoop raapte ik al die meuk bij elkaar, sjouwde het de trap op en deponeerde het allemaal in mijn slaapkamer. Waar maar weer uit blijkt dat ik vooral heel goed ben in korte termijn oplossingen. Had ik nou maar wat echte kaboutermagie om de weg naar mijn bed vrij te maken van dozen, manden, stapels jassen en die hele handige boodschappentrolley...